Category Archives for Alle berichten

Duizend redenen om boos te zijn

‘Xan, volgende keer wil ik mee naar de World Cup.’ Ik keek naast me. Lange vent. Nog aan het nagloeien van een fijne trainingsdag. Heeft verhalen gehoord en is geïnspireerd geraakt. Ik begrijp hem wel. Zijn sport is belangrijk voor hem. Het Nederlands Kampioenschap waar ik bij was in het jaar dat we verkering kregen was al een life-event voor hem.

In gedachten haal ik de herinneringen terug. De gymzaal. Tribunes. Wat vlakken op de grond en een jurytafel. Ik begreep niet goed hoe je deze vorm van ‘meditatie in beweging’ een cijfer kon geven. Zag wel wat verschillen tussen mensen maar eerlijk gezegd boeide het me niet zo. De meeste details ben ik inmiddels vergeten. 

Maar wat me wel is bijgebleven was zijn gezicht: opgetogen, trots en de wens nog veel vaker mee te doen. Ik vroeg me destijds af hoe je jezelf Nederlands kampioen kon voelen als er maar vijf mensen vrijwillig meededen maar dat deed voor het plezier niks af. Hij reisde dan ook nog enkele keren af naar het jaarlijkse toernooi terwijl ik thuis met de kinderen op hem wachtte. En ik kon weinig anders dan op de vraag ‘ik wil naar dat wereldkampioenschap’ antwoorden met ‘moet je doen lieve schat’.

Noem me naïef. Liefgelovig. Een zwakkeling omdat ik nooit nagevraagd had hoe zo’n wedstrijd eraan toe gaat. In al mijn onschuld ging ik uit van twee dagen. Met een forse reis en wat dagen wennen zou dat een week zijn, acht dagen hooguit, voordat dat ik hem weer thuis had. Het voelde als een koude douche toen hij een half jaar later meldde 3 weken weg te zijn. Twee keer twee dagen wereldkampioenschap in het weekend, wen- en trainingstijd en een weekje reizen naar andere plekken.

Oké, goed, ik snap het. Dat een wereldkampioenschap wordt verdeeld over twee weekenden maakt het anders. Dan moet je wel langere tijd weg. Dat je jezelf een weekje wen/traintijd geeft vooraf kan ik ook begrijpen. Een krappe drie weken zou het worden dus. Hij had er zelf voor gespaard. De uren op zijn werk opgebouwd. Dat we in gemeenschap van goederen waren getrouwd en ik zijn overuren had opgevangen in het gezin hield ik voor me. Ja gezegd is ja gezegd. En behalve een enkel moment waarop ik in tranen uitbrak omdat ik hem echt niet zo lang kon missen liet ik het er maar bij. Hij zou er vast iets gaafs van gaan maken.

En de eerste foto’s waren ook zo. Veel trainen, hapje eten en lachende gezichten. Maar toen de uitslagen kwamen en Team NL behangen naar huis mocht begon het te knagen…. Naar huis? Dat was toch pas over anderhalve week? Hij had toch nog een weekend te draaien? Een korte blik op internet maakte direct duidelijk dat dit niet het geval was. Er was maar 1 weekend world cup. En het andere was al geweest. Waren ze daar niet eens bij geweest? De foto’s van die dagen kwamen me ineens niet meer helder voor de geest…

Mijn hoofd had ervan gemaakt toen hij zei de eerste periode weinig te eten/drinken dat ie dan het na anderhalve week het onderdeel pushen had (gewichtsklasse) en het weekend erna vormlopen. Maar dat heeft ie nooit gezegd. Ik heb het aangenomen….

Ik voelde me bedrogen. En onnozel tegelijkertijd. Wist niet goed op wie ik boos moet zijn. Wie laat nu haar man naar de andere kant van de wereld gaan zonder te weten wat, met wie hij waar iets gaat doen? En dus zat ik met een rotgevoel en een knoop in mijn buik. Wilde hem om de nek vliegen en feliciteren bij thuiskomt maar was ik bang dat het dan juist op een ruzie zou uitlopen.

Na de eerste dag een beetje verslagen voor me uit te hebben gekeken besefte ik dat ik iets mocht met mijn gevoelens. En aangezien mijn Lief aan de andere kant van de wereld zat kon ik weinig anders dan proberen te achterhalen wat de waarheid was en waar het precies mis was gegaan in onze communicatie.

Dat laatste zullen we nooit weten. Hij bleek namelijk op vakantie te zijn gegaan. Nu ze toch daar waren had een deel van de groep besloten er een rondreis aan vast te plakken. Een busreis naar toeristische plekken. Waar ik niets van wist en ook niet voor was uitgenodigd was…

Had hij me keihard voorgelogen toen hij zei dat het kampioenschap drie weken zou duren en twee weekenden besloeg? Had hij me bedrogen? Was hij zo naïef dat hij de organisatie in de handen van anderen had gelegd en zich op geen enkel moment had afgevraagd of hij overal wel klakkeloos aan mee moest doen?

Was ik gewoonweg een slechte vrouw omdat ik niet wist waar mijn man uithing? Was ik laf omdat ik hem er vooraf onvoldoende mee geconfronteerd had en zijn verhaal als waarheid had aangenomen? Was ik simpelweg een huisgenoot in zijn leven die volledig los stond van alle dingen die hij deed? Was ik het niet waard om mee op vakantie te gaan?

Het besef dat al deze mogelijkheden waar konden zijn maar dat ze allemaal verschillende gevoelens opriepen maakte dat ik ineens -middenin mijn gedachtestroom- stilhield en mezelf observeerde. Ik zat daar. Op de bank. Buiten was het donker en binnen was er te weinig licht aan waardoor het behoorlijk schemerig leek. Mijn hoofd gericht op de boekenkast, ogen die niets zagen…

Al deze mogelijkheden konden waar zijn. Al deze gedachten over de werkelijkheid konden in de toekomst nader onderzocht worden. Maar wat interessant was op dat moment, was dat ik me als in een schok herinnerde dat het niet meer dan gedachten waren.

Geen van deze dingen was ‘bevestigd’ als de waarheid en toch kon ik me er druk over maken. Geen van deze dingen was ‘waar’ en toch gaven ze me een rotgevoel als het wel zo was. Ik ‘zag’ mezelf mijn hoofd schudden. Alsof ik wilde begrijpen wat ik intuïtief ervoer. Wilde omvatten wat in me als werkelijkheid opborrelde. Namelijk dat ik mezelf met deze gedachten nog het meeste dwarszat.

Want natuurlijk mocht er wat gebeuren. Ik had ten eerste al die verschillende gevoelens te accepteren zodat als één van de mogelijkheden waarheid bleek te zijn ik me er niet tegen zou verzetten maar het simpelweg kon toelaten in mijn gevoel. En ik had met mijn Lief de verbinding terug op te bouwen. Want zelfs al was geen enkele van deze aannames waar, dan nog had mijn gevoel van verbinding met hem een flinke deuk gehad. En zouden we de weg terug naar elkaar weer mogen vinden.

Maar ik wist dat ik dit kón. Ik voelde dat ik in staat was om mijn gedachten niet met me op de loop te laten gaan en met hem te zijn. Te huilen om het feit dat het zo gelopen was. Een vervelende herinnering bij hem aan deze reis had achtergelaten en mijn vertrouwen was beschaamd. Elkaar te troosten, vast te houden en lief te hebben….

Omdat er voor werkelijke verbinding niets anders nodig is dan de belofte aan jezelf en de ander weer voor 100% te durven geloven in elkaar!

Sport en ik waren nooit maatjes… maar tegenwoordig zijn we onafscheidelijk. Lees dit hedendaags liefdesverhaal

“Het lukt totaal niet!’ 
Het is vrijdagavond kwart over negen als mijn Lief de keuken binnenstapt waar ik wacht tot het theewater eindelijk kookt. Ik verbaasde me er weer eens opnieuw over hoe lang zoiets kan duren als je erop staat te wachten. Mijn Lief leid mij uit mijn gedachten. Een diepe zucht uit zijn mond maakt dat ik me naar hem toedraai en nieuwsgierig kijk ik hem aan, alsof ik met mijn lichaam wil vragen zijn verhaal met me te delen.

‘Het lukte vandaag totaal niet!’ vertelt hij. Zijn woorden zet hij kracht bij door zijn beide armen licht op te heffen en met een hulpeloos gebaar weer te laten vallen, alsof het flessen frisdrank zijn die achteloos op de rand van de tafel neergelegd waren en daar nu vanaf rollen. De blik in zijn ogen spreekt boekdelen.

Ik zeg nog altijd niets. Kijk hem aan en met mijn hoofd schuin peil ik of hij er nog meer over wil vertellen. Dit blijkt inderdaad het geval. Zijn woorden komen eerst wat traag op gang maar buitelen al snel over elkaar heen als water bij een waterval. Hij beschrijft hoe hij ging klimmen (boulderen zonder touw) en dat hij geen meter omhoog kwam. Zelfs trajecten die hij eerder zelfs uitgeknobbeld had en waarvan hij de top wist te bereiken lukten hem niet meer. En elke plek waar hij grip probeerde te krijgen leken zijn spieren uit elastiek te bestaan en zijn handen geolied. Keer op keer gleed hij naar beneden, kreeg hij zich niet opgericht en voelde hij zich falen. De teleurstelling in zichzelf was groot. De blik van anderen intens voelbaar. En het tekortschieten ten opzichte van gewenste doelen zo pijnlijk voelbaar dat hij het na een klein uurtje opgaf.

Mijn vent, meer dan twee meter groot stond verslagen in onze keuken. Mijn hart liep over. Maar ik wist ook dat dit gevoel eenmalig was. Volgende week zou hij heel anders thuiskomen wanneer hij wél een goede avond had of terugdacht aan eerdere succesmomenten.

Ik geef hem een knuffel en terwijl zijn lichaam ontspant tegen het mijne merk ik dat mijn gedachten afglijden. Morgen heb ik weer yoga. Een sport waar ik nog maar net mee begonnen ben en die me veel geeft. En in hetzelfde moment besef ik de overeenkomst tussen mijn situatie en die van mijn Lief. Ik houd hem nog altijd vast maar hef mijn gezicht naar hem op. “weet je lief”, zo begin ik zachtjes, “wat jij nu ervaart, dat heb ik 42 jaar lang gevoeld’. In geen enkele sport was ik goed, overal keek ik vol bewondering naar wat anderen voor elkaar kregen waarbij ik me afvroeg waarom mijn lijf uit plakkend rubber leek te bestaan dat gewoonweg niet in staat was te doen wat al die anderen konden”. Hij kijkt me aan en knikt. De blog die ik schreef nadat ik enkele keren bij hem mee had gedaan met een taichi les sprak boekdelen…

Ik en Sport waren geen maatjes
Ik en Sport waren geen maatjes.
Ik weet niet. Ik mocht hem niet zo.
En ik had het gevoel hij mij ook niet.

Ik voelde me nooit welkom bij hem,
Hij gaf me een ongelofelijk rotgevoel,
En het werd erger wanneer anderen zeiden hoe goed hij was.

Meestal deed ik net alsof hij niet bestond.
Niet tegen hem praten en niet óver praten,
dat was eigenlijk mijn beste oplossing.

Doodzwijgen totdat ie wegging was mijn tactiek.
Maar nu bleek dat dit niet ging werken,
want Sport kwam steeds prominenter in mijn leven voor.

Om iets te veranderen in mijn relatie met sport mocht ik vriendschap sluiten.
Mijn eigen grenzen voorbij gaan en ontdekken,
of er wellicht wat leuks aan hem te ontdekken was.

De eerste keer was nieuw en onwennig.
Sport klonk raar, rook raar en bewoog erg vreemd,
genoeg om me daar mee bezig te houden.

De tweede keer waren andere vriendjes van Sport
degenen die mijn aandacht trokken
en ook dat was voldoende qua afleiding.

Maar vanavond, tijdens de derde kennismaking
ging het ineens om Sport en mij
al het andere leek weg te vallen.

Ineens voelde ik alleen nog maar mijn lijf
Mijn knarsende gewrichten en stramme spieren
en dat niets ontziende beeld in de spiegel.

Thuis besefte ik ineens
dat ik stoer wilde doen
bewijzen dat ik nergens last van had.

Maar ondertussen liepen de tranen over mijn wangen
en besefte dat het hierom ging: “Ik en Sport waren geen maatjes”
En daar kon hij helemaal niets aan doen…

Ik kan meer dan ik denk te kunnen
Het verdriet dat ik nu ervaar, in de omhelzing van mijn Lief voelt als een loslaten van wat ooit mijn werkelijkheid was. Alles veranderde in september 2017. Na een intensief traject met sport en afvallen wat leidde tot nog meer weerstand tegen beweging, pijn en uiteindelijk ziekenhuistrajecten viel de diagnose ‘fibromyalgie’. Een term die ik haatte en die me erkenning gaf tegelijkertijd. In het revalidatietraject dat startte werd ik uitgedaagd om mijn eigen overtuigingen tegen het licht te houden. Ik herinner het me als de dag van gisteren…

‘Mooi Xandra, goed gewerkt tot zover!’ zegt de jonge fysiotherapeute die naast mijn loopband staat. Zonder haar aan te kijken weet ik dat ze me gaat uitleggen wat de oefening is die we hierna gaan doen. Ik verwacht de wiebelbrug, die had ze me immers al beloofd dat we ooit toe zouden gaan voegen aan de lijst met oefeningen die ik in de sportruimte kon gaan doen. “We gaan dadelijk fietsen, roep je me als je zover bent?’ hoor ik haar zeggen terwijl ze wegloopt.

Het is goed dat ze dat doet. Dat ze niet ziet hoe de tranen opwellen in mijn ogen. Mijn keel knijpt dicht terwijl ik een stem in mijn achterhoofd repeterend hoor zeggen ‘ik kan niet fietsen, ik kan niet fietsen..’ terwijl die ene laag van bewustzijn doorlopend dat zinnetje hoort en een ander zich bewust is van het feit dat ik nog maar 1,5 minuut hoef op de loopband is er een derde bewustzijnslaag koortsachtig op zoek naar mogelijkheden om haar te vertellen dat ik echt Nó Wáy dadelijk op die fiets ga zitten.

Boos word ik ervan. Ik had haar gezegd mijn knie door een ongeluk lang geleden beschadigd was geraakt en hij sindsdien pijn deed… “Ik kan niet fietsen. Dat heb ik toch gezegd?’ stamelde ik tegen mijn begeleidster. Bijna hoopte ik dat ze quasi nonchalant haar hand tegen het voorhoofd zou slaan, lieflijk zou glimlachen en dan zou vervolgen met ‘ach ja natuurlijk mevrouw van Hooff, dat heeft u ook prima vertelt tijdens de intake. Laten we iets anders gaan uitzoeken wat wel kan.”

Ja, ik weet dat je dat gezegd hebt was echter haar antwoord. En dat is oké. We gaan het toch doen. Loop maar mee… En ze draaide zich om en voordat ik het wist stond ze aan de andere kant van de ruimte. Schoorvoetend liep ik haar richting in. Als een klein mokkend kind ging ik op het zadel zitten. Mijn voeten boos op de pedalen. Ik zei niets. Mijn tranen zaten zo hoog dat ik bang was dat ze alsnog geplengd zouden worden als ik mijn mond open zou doen.

“Oke, Xandra. Begin maar. En zoals je weet, gelijk als je voelt dat je niet meer kunt mag je stoppen. Dan vullen we de tijd in als meting en hanteren we daarvan vanaf volgende keer 40%. Wil je de tijd voor me onthouden als je klaar bent zodat we die op kunnen schrijven? Ze wilde al weer weglopen maar iets weerhield haar. Alsof ze zag dat ik niet in beweging zou gaan komen. Ze keek me aan en zei niets. Ik haalde zachtjes mijn neus op, om de tranen die niet gevallen waren via deze binnendoor-weg alsnog bij me te houden. ‘Ik kan niet fietsen’ was het enige wat ik bijna onverstaanbaar fluisterde terwijl ik van schaamte en ellende me zo klein had willen maken als een stofje dat onder het fitness apparaat verdween. Onzichtbaar voor de rest van de wereld…

‘Kun je 1 keer met je voeten de trappers rond duwen?’ was de wedervraag die ik kreeg. Ik was blij dat ze niet de aandacht legde op mijn emoties maar deze als een natuurlijk bijproces beschouwde dat irrelevant was voor hetgeen we te doen hadden. Elke vraag of opmerking daaromtrent had me verder weg gebracht bij de fiets waar ik op zat en waarvan mijn billen me -zelfs na deze luttele seconden- lieten voelen hoe ongemakkelijk het was.

‘Ja tuurlijk, zei ik’ en ik hoorde dat ik wat boos reageerde. Nou doe dan maar, was het antwoord wat ik kreeg. De vlaag irritatie maakte dat ik mijn voeten afzette en de eerste boog maakte door de lucht. Mooi. Je fietst. nu gaan we kijken hoe lang je lichaam dit kan.

Acuut stopte ik met trappen. “Nee nee, doorgaan!” klonk haar stem naast me. Mijn gedachten werden onderbroken. “Doorgaan, je bent bezig. De tijd loopt. We gaan zo kijken hoever je bent gekomen Xandra.” Ik knikte. Hoewel ik veel had willen zeggen viel ik stil en ik besefte wat er daar zojuist gebeurd was. Mijn ‘ik kan niet fietsen’ sloeg op het feit dat fietsen in zou houden dat ik in staat zou zijn minimaal 20 minuten zou kunnen rijden. Waarschijnlijk daarna afstappend met een licht voldane glimlach op het gezicht en een gevoel dat twee uur langer ook nog wel gekund had. Háár definitie van fietsen was ‘de trappers rondduwen met je voeten’ en dan kijken hoeveel seconden of minuten je het volhoudt om dat aantal vervolgens de dagen en weken erna telkens met 10% op te kunnen hogen.

Ik bleek na dat moment in staat om 2.15 minuten te fietsen. Mijn conditie en pijn in mijn billen bleken me eerder dwars te zitten dan de last van mijn knie. In de maanden erna werd het opgebouwd totdat ik in de zomer in staat was om met mijn kinderen 20 minuten te fietsen voor een ijsje in het dorp en zelfs met een kleine voldane glimlach op mijn gezicht af te stappen, wetende dat ik niet verging van de pijn en niet aan het einde van mijn latijn was…

Een zaadje in mijn hart werd geplant
Ik wist door de revalidatie wel hoe ik kon leren mijn spieren te versterken of mijn conditie geleidelijk te trainen maar Sport en ik waren nog altijd geen maatjes. Dat veranderde in september 2017 toen ik op het happinez festival was met twee vriendinnen. We zouden gaan luisteren naar het verhaal van Roman Krznaric, mede-oprichter van The School of Life’ over hoe het eeuwenoude motto ‘carpe diem’ ons kan leiden naar een betekenisvol leven. Hij zegt dat als we ons bewust worden van de belangrijke carpe diemkeuzes (ik maak keuzes, dus ik ben) in ons leven – hoe we met onze relaties omgaan, hoe we in het leven staan – dan kunnen we onze vrijheid daarin opnieuw waarderen en openstaan voor nieuwe mogelijkheden.”

Dat we ons op dat moment niet zo bewust waren van keuzes bleek uit het feit dat we óf in een geheel zaaltje zaten óf simpelweg op de verkeerde tijd er waren aanbeland. De dame op het podium was een prettige verschijning om naar te kijken, al vroeg ik me af waarom zij daar stond in plaats van de man die we hadden verwacht. Toen de presentatie begon werd snel duidelijk hoe verkeerd we zaten. Fritzi Ponse werd voorgesteld als spreekster waarbij duidelijk werd dat haar korte praatje zou gaan over Lu Jong, Tibetaanse healing yoga.

Yoga.. ik heb er niks mee. Misschien nog wel minder dan met de sportschool waarbij ik tenminste mijn gevoelens van onmacht om kan zetten in woede op de apparaten en gewichten. Ik ben geen yoga meisje. met mijn maatje 46 pas ik niet in een witte yogastudio die sereniteit uitstraalt en waar ik in een kekke legging met mijn billen naar de hemel gelukzalig mag zuchten uit pure voldoening.

Een steelse blik links van me, waar een vriendin zit die wel van yoga houdt. Ik zucht en kijk achterom. De deur staat open en ik zie de regen uit de hemel gutsen. Mijn blik draait terug naar voren en even staar ik naar de kop thee in mijn handen. Hier is het in ieder geval warm en droog. Ik kijk naar rechts, waar ik de blik van mijn andere vriendin tref die haar schouders in milde goedkeuring optrekt alsof ze wilde zeggen dat het haar niet uitmaakte en we wel even konden blijven zitten. Mijn lijf ontspant en ik geef me over.

Schuilen voor een regenbui terwijl ik thee drink. Dát is mijn plan. Ik houd me wel even oostindisch doof besluit ik. Gewoon niet echt luisteren en alles langs me af laten gaan. Maar helemaal lukken doet dat niet. Ik schud toch even zichtbaar mijn hoofd wanneer de spreekster vertelt over de vijf elementen. Ik zucht. De zoveelste reikiachtige, edelsteenminnende en allesoplossende hulpvorm dus. Niks voor mij…

Wat er gebeurde weet ik niet. Was het iets wat ze vertelde? Was het de herinnering aan een diep intern verlangen een sport te vinden die bij me paste? Ik kan het je eerlijk niet zeggen… Maar het gevolg was dat ik – terwijl ik probeerde stoïcijns de tijd uit te zitten – mezelf na ongeveer 10 minuten volledig geëmotioneerd terugvind terwijl de tranen geluidloos over mijn wangen stromen. Met heel mijn wezen voelde ik ‘dit is iets wat mijn lichaam zal kunnen’ en die gedachte maakte dat mijn hart deze Sport in z’n armen sloot.

De maanden erna hield Lu Jong me gevangen in gedachten. Achteloos bekeek ik filmpjes online. Maar in mijn omgeving geen docent of mogelijkheid te bekennen en zo besloot ik midden in de winter te mailen naar mogelijkheden voor mij. Ik zou een hartverzakking hebben gekregen als ik had geweten wat de reactie was die ik kreeg. Geen losse lesjes, geen ontspannen retreat… Met de opleiding mocht ik starten, als ik dat in vertrouwen deed.

Tranen in mijn ogen
Een brok in mijn keel
Deze vraag deed mij heel, heel veel

Het vertrouwen dat ik mocht hebben
Lag niet in Sport z’n lijn
Het vertrouwen mocht ik geven aan mijn ‘eigen zijn’

Durfde ik Sport te voelen?
Ervaren hoe een lijf kan zijn?
Vrijheid ervaren met of zonder pijn?

Het voelt nog zo onwennig, alsof ik een eerste vriendje kus
Valt het tegen? Is het fijn?
Ik zal het pas weten als het zover gaat zijn

“Ik en Sport waren geen maatjes”
En wellicht gaat dat altijd zo zijn
Maar misschien ook… loopt het anders
En vind ik het gewoon echt heel erg fijn…

De opleiding tot yoga juf
Nog zonder ooit een lesje Lu Jong te hebben gedaan stap ik in de opleiding tot yoga docent. Hoewel ik vrees dat je me na een halve dag volledig verkrampt van de pijn weg zou kunnen dragen vind ik het heerlijk. En de dag na het eerste opleidingsblok schrijf ik op Facebook:

“In tranen door afgelopen dagen. De blik van Mariette de Kroon (de docente waar ik mijn Lu Jong opleiding deed) toen ik na twee dagen in staat bleek mijn arm weer omhoog én opzij te kunnen bewegen. (Ze liet letterlijk haar mond open vallen om hem handmatig dicht te doen uit puur ongeloof.  Maar zo voelt het ook echt, mijn arm zo vrij kunnen bewegen lukte me al ruim twee jaar niet meer)….. De app naar mijn lief na de derde dag; ‘Zo raar dat je jarenlang gelooft dat sport niks voor jou is, je een lezing volgt die je raakt en je volledig onvoorbereid ergens dagenlang induikt waarbij je echt het gevoel hebt dat als je de rest van je leven niks anders meer doet het dan helemaal oké is.’… De energie die ik had toen ik na de 4e dag thuiskwam…. Het uurtje dat ik vanmorgen weer mocht trainen (mijn lijf masseren dmv beweging) waarbij ik verbaasd was hoe snel de tijd ging…. Het gevoel van warmte in mijn linkerarm en de afnemende pijn in mijn lichaam…” Intens dankbaar ben ik. Dankbaar voor mijn lijf. Voor deze zachte vorm waarbij niet gestreefd wordt naar liefde, heling of een einde aan pijn maar juist het omarmen en dat alles er mag zijn.

Terug in de keuken bij mijn Lief
Daar sta ik, bij mijn lief in zijn armen. Alle gedachten aan de afgelopen jaren trekken aan mijn geestesoog voorbij terwijl ik hem zeg “wat jij nu ervaart, met het klimmen dat een keertje niet ging, dat heb ik 42 jaar lang gevoeld’. “Klopt, antwoord hij en houdt me nog eens extra stevig vast. Daarom is het zo ongelofelijk wat je nu aan het doen bent met yoga. Dat je dat gewoon elke dag doet. Jezelf dit gunt. De beweging je lichaam laat helpen. Binnenkort van Lama Tulku Lobsang je certificaat gaat ontvangen en dan als LuJong teacher door het leven mag gaan. Ik snik en voel mijn tranen in zijn shirt glijden terwijl ik bedenk ‘Fritzi had gelijk over die Tibetaanse healing yoga en dat je daarmee fysieke en mentale blokkades los kunt laten. Ik denk dat er bij mij in ieder geval veel meer geheeld wordt dan enkel mijn roestige lijf…’

Een sprankje hoop is alles wat je soms nodig hebt om te durven geloven in de aanwezigheid van licht

‘Hoi Xandra’ hoorde ik de jonge vrouw zeggen die voor me stond. ‘Ik moest even kijken, maar ik wist gelijk waar ik je van herkende. ‘Hoe gaat het met je?’ Ik slik. De jonge vrouw is een oud-collega en de laatste keer dat we elkaar zagen, voelde ik me een hoopje verslagen ellende; een schimp van wie ik ooit was en een fractie van degene die ik sindsdien geworden ben.

Ik keek naar haar op. Blond haar in een losse staart bijeen gebonden, haar hoofd lichtelijk schuin alsof ze daadwerkelijk geïnteresseerd was in hoe het me vergaan was nadat ik voor de derde keer op rij mijn baan verloor, mijn wereld instortte en het gevoel had dat er niemand in de hele wereld op me zat te wachten.

Ik vertelde over mijn reis. De toppen en de dalen van mijn leven en dit bedrijf ‘GaveMensen’ in enkele zinnen samengevat. Ze glimlachte. Ik zag dat het tijd voor haar was door te lopen en rondde af. ‘Ik ben blij dat het donker heeft plaatsgemaakt voor licht’ zei ze ter afsluiting. ‘En dat het uiteindelijk toch tot iets moois heeft geleid…’

Na ons afscheid draaide ik me om. Mijn maag nog wat verder. Tranen welden in mijn ogen op maar dapper slikte ik ze weg. Haar woorden galmden nog na.  Dat het toch tot iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid..

Gedurende een paar seconden was ik weer terug in die donkere periode. Mijn ziel onder mijn arm. Verloren in het donkere woud dat het leven heet. Eenzaam. Alleen. Zonder uitzicht. Ik voel weer de vlagen paniek. Geen idee welke kant ik op moest. Ik had geen idee waar de uitgang was en geen idee wat de toekomst me zou brengen. Zelfs geen idee wanneer ik überhaupt op weg zou gaan.

Tien jaar eerder was ik een stoere chick. De Pipi Langkous die zei ‘geen idee of ik het kan, ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk het wel!’ Die attitude had me veel gebracht. Ik kreeg verantwoordelijkheid en mooie banen. Maar daarmee kwam ook de angst. Stel dat ik door de mand val. Stel dat ik niets voorstel. Stel dat niemand op mij zit te wachten en ik overal weggestuurd word…

Midden in het donkere woud van mijn leven werd ik geconfronteerd met mijn eigen angst. Het feit dat ik deze omgeving zelf gecreëerd had doordat ik geen enkele keer op weg naar het midden van het bos had gedacht ‘oké, en stél dat dat gebeurt, hoe kom ik er dan weer uit?’ Ik had me niet gericht op wat ik te leren had, maar op het feit dat de ander me niet zo mocht laten vallen. Ik had me zo gericht op het voorkomen van het vallen, dat ik niet voorbereid was op het opstaan.

Daar lag ik. Met mijn muil op het asfalt. Opengescheurd en verslagen. Mijn hart bloedend van verdriet en onmachtig te zien wat ik überhaupt moest doen om op te staan, door te gaan, mijn wonden te helen en mijn leven weer in eigen hand te nemen. Op hetzelfde moment dat deze herinnering met de kracht van een stoomtrein bij me naar binnen denderde, herinnerde me het besluit dat ik toen nam: ‘zoals ik me nu voel, ga ik me nooit meer voelen!’

Ik had geen uitweg. Geen plan. Geen manier om uit dat donkere woud te komen. Maar ik wist wel dat er, wanneer het gaat om het verhaal in je leven, er weinig feiten bestaan. Enkel interpretaties. Zolang ik leefde, had ik de mogelijkheid om mijn eigen toekomst te veranderen. Het verhaal van mijn leven te herschrijven en mijn eigen einde te kiezen.

Brené Brown werd mijn inspiratie op dit pad. Haar woorden gaven me kracht om in beweging te komen en te blijven. Wetende dat ik niet alleen was. Niet de enige was. Welk woud je ook treft: het is uitzichtloos wanneer je in het midden staat. Het gaf me hoop op momenten dat ik zelf geen hoop had.Sinds ik het dit woud ben, heb ik ietwat meer vertrouwen dat ik bij een volgend dwaalspoor er ook weer uit kan komen.

In een maand als deze, waarbij de aandacht in mijn Facebookgroep gericht is op ‘vertrouwen’, voel ik de lessen die ik in mijn huidige leven mag leren. Waar aanspraak gemaakt wordt op mijn moed. In mijn vermogen te durven doen. In mijn vertrouwen in mezelf. Ik ben niet de enige die daardoor geraakt wordt. Mirjam schreef er vanmorgen dit stukje over en maakte een prachtige tekening die dit symboliseert.

‘Ik zie in verschillende posts dezelfde worsteling als ik: hoe kun je vertrouwen in een goede uitkomst? In een goede toekomst? In iets wat je uiteindelijk niet in de hand hebt? Ik heb ermee geworsteld, ben er ook nog niet op uitgeknokt, maar een ding heb ik al wel door: ik kan mindset ook hierop toepassen. Vertrouwen in het proces (en mezelf of anderen in dat proces) in plaats van in de uitkomst, maakt dat ik in alle gevallen vertrouwen kan laten zien. Dat ik ongeacht welke gebeurtenis altijd vertrouwen kan oefenen. Dat ik kan vertrouwen dat ik voor mezelf kan zorgen. Dat ik kan vertrouwen op mijn mogelijkheden om hulp te vragen. Dat ik kan vertrouwen dat ik ergens doorheen kan voelen en er aan de andere kant van het woud weer uit kan komen. Dan is er altijd iets van vertrouwen mogelijk.’

In het boek ‘Sterker dan ooit’ schrijft Brene Brown over de drie processen in ons verhaal. Ze noemt:

  • The Reckoning: hoe we ongemerkt ons verhaal binnenwandelen 
  • The Rumble: hoe het verhaal bezit van ons neemt. Dit is het diepe donkere middenstuk van het woud, op het moment dat je beseft dat je er  ‘middenin zit’
  • De revolutie: het schrijven van een nieuw einde aan het verhaal verandert de manier waarop we ons verhouden tot de wereld. 

Voor mij is het een boek dat ik als ware ‘zelf geleefd heb’ sinds het laatste moment dat ik mijn oud-collega heb gezien. Haar opmerking ‘dat het uiteindelijk tot iets moois heeft geleid’ weerspiegelt onze behoefte om ons leven en dat van anderen te beschouwen als een verhaal. Of dit nu heel klein is (of je een geslaagde vakantie kunt hebben als de kinderen ziek zijn bijvoorbeeld) of het verhaal dat anderen over onze ‘slechte eigenschappen’ vertellen. Verhalen regeren ons leven…

Een belangrijk punt dat ik meeneem uit dit nieuwste boek van Brené, is de zinsnede ‘het verhaal dat ik er in mijn hoofd van maak is…’ Deze zin zeggen, hardop, maakt dat ik makkelijker kan herkennen en erkennen welke afslag ik in mijn hoofd genomen heb in de interpretatie van de feiten.

Mijn onbewerkte, ongefilterde, ongepolijste versie van het verhaal dat ik in mijn hoofd hoor over de situatie die angst, pijn, woede, frustratie of schaamte veroorzaakte, zorgt ervoor dat ik mezelf moeilijke vragen kan stellen. Om te ontdekken wat er echt gebeurt is. Zo kan ik onderzoeken en evalueren wat ik denk en me afvragen wat er van mijn verhaal waar is. Dat het wellicht niet honderd procent nauwkeurig is. En dat de uitkomst van het verhaal onmogelijk halverwege vast kan liggen.

Het leert me echter ook dat ervaring en succes er uiteindelijk niet voor zorgen dat je makkelijker door dit gebied heen zeilt. Die fluisteren je alleen toe: ‘dit maakt deel uit van het proces. Stug doorzetten.’ Ervaring maakt zelfs geen klein sprankje licht in het donker van het midden. Ervaring geeft je alleen een heel klein beetje geloof in je vermogen om door het duister te laveren. Het middenstuk van het verhaal is vervelend, maar het is ook de plek waar de magie plaats vindt….

Life does not consist mainly, or even largely, of facts or happenings.

It consists mainly of the storm of thoughts that is forever flowing through one’s head.
Mark Twain

Je kunt het al helemaal zelf…

Je weet dat het eens gaat gebeuren.
Als je zwanger bent word je al gewaarschuwd: ‘pas op met wat je zegt, ooit hoor je jezelf terug.
Tot op heden vond ik het nog redelijk meevallen….

Vandaag ging ik met mijn dochter de kamer opruimen.
Ze keek me aan en vroeg of ze heel even naar boven mocht lopen.
Omdat ik dacht dat ze haar radiootje ging halen en ik muziek wel gezellig vond zei ik ‘ja’.

Een minuut later kwam er een koppie de deur om.
Ik zat op dat moment met mijn billen in hun speelhuisje.
Oooo… mama! Hoorde ik haar verrukt uitroepen, terwijl haar staartjes heen en weer dansten.

“Wat goed, je kunt het al helemaal zelf!”
En terwijl ze zich omdraaide hoorde ik nog mooi zeggen,
‘fijn, dan hoef ik je daar niet meer mee te helpen in de toekomst’……

Oma, mijn zusje is niet lui hoor…

Twee tienminuten gesprekken op één dag. Als leraar is dat wellicht niet veel, als ouder gaat het me niet in de koude kleren zitten. Twee kinderen waarvan ik thuis merk dat ze veel meer kunnen dan ze in de klas laten zien. Gelukkig kon de meester van mijn oudste ook zien dat dit zo was dus daar hadden we een constructief gesprek over ‘op welke manier we hem het beste kunnen motiveren’. Bij mijn dochter was het in eerste instantie een ander verhaal.

Ons dametje, net 4 jaar geworden, vindt het heerlijk om nog af en toe geholpen te worden. Hulp bij aankleden, eten of naar de wc gaan. Voor ons een vanzelfsprekende zaak dat we hier al ruim een jaar niet meer aan meedoen. Maar soms, als ze bijvoorbeeld bij opa en oma is, geniet ze van de extra aandacht die ze krijgt als ze vraagt om deze hulp.

Op school had ik in het kennismakingsgesprek natuurlijk aangegeven wat ze allemaal kon. Ik viel dan ook stijl achterover toen ik woensdag in het gesprek (na ruim 6 weken op school) een lijst onder ogen kreeg met alles wat mijn dochter in hun ogen niet kon. Ik zuchtte, hij ontschoot me. Het verschil tussen kunnen en doen was enorm….

Thuisgekomen herhaalde ik het gesprek wat ik had met de leerkracht tegen mijn moeder. Zij knikte van herkenning. Keek liefdevol haar kleindochter aan en zei ‘ja, jij bent soms ook gewoon een beetje lui hè?’ Nog voordat ik een opmerking hierover kon maken corrigeerde mijn zoon haar al ‘nee hoor oma, ze is helemaal niet lui. Ze wil gewoon af en toe extra aandacht.’ En terwijl mijn hart zich vulde met trots voegde hij er nog snel aan toe ‘En dat is iets héél anders’.

Intuitie is de vonk en jij levert het brandhout zodat het vuur kan ontvlammen

De omschrijving van ‘mijn ideale man” lag al een tijdje te wachten tot iemand er aan zou voldoen toen mijn vriendin, met wie ik het lijstje gemaakt had, er eens naar vroeg. Het was een warme, lome zomerdag en we zaten op een terrasje. De tassen als trofeeën na een lange dag winkelen om ons heen gestapeld.  ‘Xandra’, zo begon ze, ‘wanneer ga je jouw liefde van je leven nu eigenlijk ontmoeten?’ De vraag overviel me en toch gaf ik zonder nadenken direct antwoord. “Met kerst’ zei ik haar. Ik glimlachte en nam een slok van mijn cappuccino. Het voelde bijna alsof ik mezelf speelruimte had gegeven. Kerst was nog heel erg ver weg. Tijd genoeg om nog gewoon te blijven doen wat ik altijd deed en te genieten van mijn leven. ‘Met kerst’ voelde veilig. Het voelde ver weg. Het voelde ook als een liefdevolle warme tijd waarbij ik graag in een knusse omgeving die fijne man zou gaan ontmoeten. ‘Met kerst’ voelde als een all-you-need-is-love aflevering speciaal voor mij ontworpen. Ik glimlachte voldaan om mijn eigen antwoord en wist het gesprek snel weer op een ander onderwerp te brengen. Continue reading

Luisteren naar je intuitie

Zaterdagmorgen keek ik naar een video waarin de volgende vragen gesteld werden: ‘wat is je intuïtie eigenlijk? Wat is intuïtie voor jou? Wat zegt je intuïtie daarover?’ En wat gebeurt er wanneer je helemaal in contact bent met jouw intuïtie? Op het moment dat ik ze aan mezelf ging stellen gingen mijn gedachten gelijk terug naar enkele jaren geleden. Ik was mijn twitter bio aan het veranderen en had erin gezet dat ik een ‘inspirator’ was. Of ik het intuïtief had gedaan vanuit een wens dit te zijn of dat ik het ‘had gezien bij anderen’ en onbewust nadeed weet ik eerlijk gezegd niet. Wel herinner ik me wat daarna gebeurde. Mijn Lief keek namelijk op exact dat moment naar wat ik aan het doen was. Ik gaf korte uitleg en las mijn nieuwe omschrijving voor.

Hij keek me aan, gooide zijn hoofd in zijn nek. Zei hardop ‘you wish!’ en had een paar momenten ongelofelijk veel lol. Hij schaterlachte zoals alleen hij kan doen en zei vervolgens pijnlijk eerlijk maar met liefde in zijn stem ‘lieve schat, je bent heel erg veel maar een inspiratie voor anderen ben je nog lang niet hoor. Daarvoor is meer nodig dan thuis op de bank zitten’. Ik viel stil. Hoorde wat hij zei en wist dat ik alleen maar kon voelen wat het met me deed. Voelen welke krater hij met zijn woorden leek te slaan. Voelen hoe mijn ego onder me vandaan klapte en ik in de modderpoel onder me verdween.

Ik proefde zijn woorden, bitterzoet, maar ook met een vleugje verlangen. Ik wist dat wanneer ik wel een inspiratie voor anderen zou (willen) zijn in de toekomst hij me die ruimte zou geven. Aan hem lag het niet. Maar toch voelde ik een diepe weerstand in me opkomen. Ik wilde in het licht gaan staan om anderen te laten zien dat zij het ook kunnen. Uitleg geven over hoe dat dan te doen, aan de hand van mijn eigen ervaringen. Ik wilde een groep mensen samenbrengen om verbondenheid te voelen en goede gesprekken te voeren. Ik wilde een ‘kamp-sfeer’ creëren waarbij je mag aanschuiven in je oudste kleren en mee mag doen met welke activiteit je ook maar wilt. Ik wilde een gemeenschap creëren waarin je leert en je lessen weer doorgeeft aan anderen. Ik wilde de alledaagsheid van pannenkoeken, de spiritualiteit van een sereen klooster en het warme gevoel van een kampvuur bijeen gaan brengen. Dát was mijn droom. Daar mochten mensen weer mens worden onder anderen. Fouten maken, op hun bek gaan, zien dat anderen ook opkrabbelen, leren vanuit verwondering in plaats van ‘omdat het zo werkt’ en voelen hoe mooi het leven kan zijn als we er zo mee omgaan.

En tegelijkertijd voelde ik de enorme grootsheid van dit toekomstbeeld. Het overweldigde me. Verlamde me. En ik voelde dat mijn Lief daardoor gelijk had. Ja ik wilde in mijn hart wel een fysieke plek creëren waar mensen bijeen komen voor groei en ontwikkeling, mensen samenbrengen, verbinding laten ervaren en de wereld een mooiere plek maken. Maar ik wilde dat inderdaad doen vanaf de veiligheid van mijn eigen bank. Mijn lief had gelijk destijds. Ergens voelde ik mijn grootste wens en de diepste weerstand die ik kon voelen samenkomen. Ze grepen in elkaar vast. Versmolten totdat ik niet meer zag waar het ene begon en het andere eindigde.

En ik besefte dat ik dit niet voor het eerst voelde. Ze komen vaak hand in hand tevoorschijn. Meer intuïtie durven voelen staat vrijwel gelijk aan meer weerstand voelen, althans, zo werkt het bij mij. Het is me eerder opgevallen…

Waar intuïtie is, is weerstand

In het klein is mijn intuïtie het gevoel ‘ja dit klopt’. Dat voelde ik vroeger als kind heel sterk. Ik weet nog dat ik onze hond aan het zoeken was. Hij was een uur ervoor weggelopen en ik stapte op mijn fiets op zoek naar hem. Na een minuut of tien dacht ik ‘dit gaat niet werken. Ik moet hem niet zoeken, ik moet hem vinden. Dus waar kan ik hem vinden?’ Ik voelde hoe ik de straten doorging, een keer linksaf een andere keer rechts. net waar mijn gevoel zei dat het goed was. En op een gegeven moment voelde ik dat ik moest stoppen. Ik zag niets maar luisterde naar mijn gevoel. Daar stond ik, midden op straat. In stilte, want ik had nog niet gevoeld dat ik iets anders mocht doen. Tot ik de aandrang kreeg om mijn hoofd te draaien en ik over mijn linkerschouder keek en zag hoe Speedy met de staart tussen de benen schuldig naar me toe kwam lopen. Kruipen eerder… Maar mijn hart sprong over. Zo blij als ik was hem te zien en dat het luisteren naar mijn gevoel gewerkt had. Door mijn enthousiaste reactie leek er iets van mijn hond af te vallen en al kwispelend kwam hij aanlopen, liet zich door me aaien en vastmaken aan de riem. Terug naar huis voel ik ‘dat ik het niemand mag vertellen’. Dit is niet echt gebeurd. Ik kan dit niet echt. Dit ‘soort dingen’ is eng. Ik besluit er verder mijn mond over te houden…

Jaren later zat ik in een café. Mijn vriendin vroeg me, verdrietig als ik nog was omdat mijn vorige relatie uit gegaan was, wat ik dan eigenlijk wilde in een man. Ik lachte wat schaapachtig en wilde beginnen over lief en dat hij me het gevoel zou geven dat hij me fantastisch vond toen ze me tegenhield. ‘Nee, zei ze. Dat bedoel ik niet’. Wat voor soort man is het? Waar houdt hij van? Wat geeft hem energie? Hoe maakt hij zijn keuzes? En wat kan hij in jou tolereren op zo’n manier dat het bijna waarderen voelt?’ Ik lachte wat schaapachtig en bedacht me dat ik twee keuzes had ‘ik kon óf zeggen dat ik hier geen zin in had óf proberen wat diepers uit me te persen dan ik normaal zou hebben gedaan.’ Eerlijk naar mezelf kijken en zaken ‘bestellen’ in plaats van wachten wat me overkomt. (ik had net wat van die boeken gelezen, en hoewel ik niet geloofde in bestellen bij het universum zat het woordgebruik wel in mijn hoofd). Dus ik besloot mijn nieuwe Lief te gaan bestellen. Ik droomde en voelde en mijn vriendin schreef het een en ander voor me op zodat ik het kon onthouden. Servetje na servetje werd volgeschreven. het profiel van mijn ideale man werd steeds concreter.

Mijn ideale man is warm, lief en zorgzaam. Hij zorgt goed voor zichzelf, zit liever in de sauna dan in de kroeg en houdt van wandelen. Hij vindt het leuk om op vakantie te gaan en dan het liefst zich te mengen met de (plaatselijke) bevolking en daar ook te eten of te slapen. Hij luistert af en toe naar klassieke muziek, maar houdt ook van dansen en doet aan yoga/meditatie of andere zelfbewustzijnsvormen. Hij vindt het leuk om met me mee te gaan naar een eigentijds festival en steunt mijn werk (spiritueel en coaching). Zijn vrienden zijn mijn vrienden. Vanaf het eerste moment voelt het als thuiskomen. Ik mag er zijn!!

Tot zover had ik ook echt het gevoel dat ik een fijne man aan het omschrijven was. Een leuke vent, die er waarschijnlijk prima uitzag en waar ik een goed leven mee kon leven. Een man die gevoelig was, van rust en natuur hield en echte gesprekken. Kom maar op! Maar mijn vriendin ging door met vragen. Ze wilde meer weten. Hoe ziet hij eruit? Vroeg ze op een gegeven moment. Het plaatje wat in me opkwam was van een kale/kalende man met twee kinderen. Maar omdat ik geloofde dat het nooit zo specifiek kon en ik mogelijk was afgeleid door de twee kale mannen die zojuist het café in waren komen lopen zei ik tegen haar; “Hij heeft lange benen en laat deze door zijn kleding goed uitkomen“. Dat dit meer gestoeld was op de mode van toen, met van die lange strepenbroeken en ik niemand kende die dat droeg maar ik het wel waardeerde gaf mijn eerste laag weerstand aan.

Maar we waren er nog niet. Want in mijn achterhoofd ontstond toen ik op wilde schrijven ‘hij kan plezier maken’, de gedachte: ‘hij houdt van K3’. Gelijk schudde ik mijn hoofd in ontkenning. ‘Wat is er?’ hoorde ik mijn vriendin vragen vanaf de andere kant van de tafel. ‘Nee, niets, zei ik. Ik ga even naar de wc. Dan gaan we zo weer door’. En ik stond op. Mezelf een pauze gunnende om mijn gedachten te ordenen.

‘Xandra, luister, dat gaat niet.’zo sprak ik mezelf op het toilet aangekomen direct toe. ‘Er zijn geen mannen die van K3 houden. Sterker nog, jij houdt niet eens zo erg van K3 dus waarom gooi je dit erin? Waarom is dit belangrijk?’ De stem in mijn hoofd klonk lichtelijk dominant. Het zacht gefluisterde antwoord kwam gelijk daarna; ‘omdat het dan niet mogelijk is… ‘

Ik bekeek mezelf in de spiegel. Een jonge vrouw die zichtbaar even uit het lood was geslagen. ‘Zie je wel’, zo dacht ik. ‘Die man is niet mogelijk. Hij bestaat niet. Er is geen ‘passende’ man voor mij. Dromen zijn mooi, de werkelijkheid is harder. Dan kan ik later zeggen dat ik heel lang naar die man heb lopen zoeken maar op een gegeven moment wist ‘dat het er niet in zit”.

Mijn eigen eerlijkheid verbaasde me. Hoe was het mogelijk dat ik, terwijl ik zo goed voelde wat volledig bij me hoorde, een uitweg nodig had om mezelf te saboteren? Ik voelde even een weemoedige steek door me heen trekken en besloot om deze gedachte voor mezelf te houden en de milde versie door mijn vriendin op te laten schrijven. Opgelucht haalde ik adem. Daar ben ik mooi vanaf gekomen….

Hij heeft humor, houdt van “kinderdingen” zoals Winnie de Pooh en Euro-Disney en staat hartstochtelijk in het leven. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, zeker in zijn eten. Hij houdt van nieuwe dingen en eet regelmatig vegetarisch en houdt ervan mijn te verwennen. Oja, en hij kan goed koken. Hij houdt van kinderen en zal een goede, zorgzame en toegewijde vader zijn. Familie is voor hem erg belangrijk en hij is graag met anderen/dierbaren maar alleen als hij hiervoor de rust in zichzelf heeft gevonden. Hij weet wat hij wil en gaat er ook voor en moedigt mij aan dit ook te doen. Hij maakt mijn dromen waar!

Je intuïtie herbergt een bron aan ongekende mogelijkheden

Met een mooie lijst (die dus voor mijn gevoel in werkelijkheid helemaal niet mogelijk was!) rijd ik later in de auto naar huis. Bijna thuis aangekomen wil ik een rotonde oprijden en hoor ineens een waarschuwende stem in mijn hoofd ‘Xandra, let op!’. Met een indringendheid dat ik er wel naar moet luisteren laat ik het gas los en kijk om me heen. Waarom waarschuwt mijn intuïtie mij? Wat is er aan de hand, zo vraag ik me af? Rechts van me zie ik twee jongens aankomen. ‘Ah’…, denk ik, ‘dat zal het geweest zijn. Als zij zonder licht op hun fiets de rotonde vervolgd hadden en ik was rechts er weer afgegaan dan hadden we een ongeluk gehad. Goed dat ik luisterde en afremde’. Ik had het nog niet gedacht of ik zag dat de heren naar rechts gingen. Direct vervloekte ik mijn intuïtie en gaf mezelf op mijn donder. De jongens gingen helemaal niet naar links. Dus een ongeluk zou het nooit geworden zijn! Waarom had ik mezelf dan gewaarschuwd? Pfff… wat een onzin toch weer. Het was maar goed dat ik bijna naar bed kon.

Vijftig meter verder zette ik mijn auto aan de kant. Ik stapte uit en direct merkte ik dat de jongens voorbij mijn auto zouden fietsen. Net op tijd kon ik mezelf tegen de auto drukken zodat ze me niet raakten. Het leek of ze me niet zagen, zo druk waren ze aan het lachen en praten met elkaar. De achterste was het leukste. ‘Wat een lekker ding’ schoot er door me heen. Een glimlach borrelde in me op. Wat een ontspannende gedachte te weten dat ik dit nu bij iedereen kon denken zonder dat ik me druk hoefde te maken of ‘het wellicht de ware’ was. Die bestonden immers niet. Mannen die van K3 houden… die zijn er niet. Ze waren nog maar een krappe meter bij me verwijderd toen de achterste ineens zei ‘let op’… en nog voordat ik adem kon halen of me kon bedenken waarvan hij vond dat zijn vriend ‘op moest letten’ zetten hij keihard het volgende refrein in…

hocus pocus iedereen kan toveren
hocus pocus iedereen kan toveren
nee je hoeft geen tovenaar of fee te zijn
of een leerling van Merlijn
hocus pocus iedereen kan toveren
hocus pocus iedereen kan toveren
met een mooie glimlach of een lief gebaar
worden al jouw dromen waar…

Verbijsterd bleef ik achter. Ik stond daar, tegen mijn auto aan gedrukt. Met het zojuist gezongen nummer van K3 in mijn hoofd dat nog nadreunde en me liet realiseren dat er veel meer mogelijk is dan ik denk dat er is. Na een halve minuut besloot ik naar boven te gaan en eenmaal in mijn appartementje gekomen schreef ik de zinnen uit die ik eerder in het cafeetje had opgeschreven over in mijn dagboek met de titel ‘Mijn ideale man”. Ik besloot dat hij bestond. Dat ik hem tegen het lijf zou gaan lopen. En ik besloot dat ik het ‘nu even zou laten voor wat het is’. Dat ik ook mocht zeggen dat ik later zou nadenken over de vraag hoe ik de kans dat ik hem tegen zou komen zou kunnen vergroten. Ik klapte mijn dagboek dicht en deed mijn lamp uit. Nog altijd verbijsterd over de mogelijkheden van het universum…

Lees hier het vervolg

Curriculum vitae

bijna twintig jaar lang werkervaring
waarvan minimaal twaalf zeer relevant
diverse afgeronde opleidingen
en redelijk wat cursussen
enkele nuttige nevenactiviteiten
specialistische kennis van onderwijs en jeugdzorg
goede aanbevelingen
en wat positieve karaktertrekken.

best leuk zo’n CV
waar je jarenlang voor hebt gewerkt
en enkele uren op heb zitten zwoegen

drie pagina’s vol
in lettergrootte 10

maar sinds gisteravond
voel ik mij echt
en oprecht trots
nagenoeg gelijkwaardig
als het eurekagevoel van Newton
met zijn gravitatiewet

ik heb mijn ware kwaliteiten ontdekt
zonder gebruik te hebben gemaakt
van een instantmix
meetmateriaal
een boek
of instructies vooraf
het lijkt bijna een ware goocheltruc

ik deed
zomaar wat melk in een kom
zonder het eerst in een maatbeker te schenken
wat meel erbij
zonder het eerst af te wegen
gewoon uit de losse pols

beetje zout
en net zo lang roeren
tot het beslag glad was

pan op het vuur
olie erin en wat boter erbij
beslag erin
even wachten
en dan omkeren

nog wat wachten

en dan…

goudbruin

daar lag-ie dan
op mijn bord
het water liep
mij in de mond
en na één enkele hap
wist ik het zeker…..!

alhoewel de meesten van jullie
zullen beamen
dat het slechts een pannenkoek betrof
was het veel meer dan dat

niet zomaar een masterpiece
maar mijn persoonlijke meesterwerk…

wellicht dat ik mijn curriculum vitae toch nog snel even herschrijf…

Uitstelgedrag

“Nu ga je het echt doen”, spreek ik mezelf streng toe. Mijn benen bewegen richting de keuken waar mijn telefoon op tafel ligt. In plaats van gelijk te gaan zitten en het telefoonnummer te draaien wat ik op een briefje heb geschreven valt mijn blik op het koffiezet apparaat.

“Ach ja, als ik nu eerst koffie zet, dan heb ik dadelijk na het gesprek een beloning” zeg ik tegen mezelf. Ik draai me resoluut om en begin de koffie te zetten. Ondertussen bedenk ik me wat ik precies wil gaan zeggen. Ik merk dat ik nog wat twijfel en voordat ik het weet ben ik het aanrecht even met een nat doekje aan het afdoen en ga ik wat rommelen in huis.

Inmiddels is de koffie klaar dus ik gun het mezelf om even te gaan zitten. Het afgelopen uur ben ik druk bezig geweest dus ik sta het mezelf toe om niet meteen te gaan bellen maar eerst even te ontspannen.

“Jee, wat vliegt de tijd”. Ik schrik als ik op de klok kijk. Het kwartiertje is, door een chat op social media, inmiddels een half uur geworden. Ik baal, want ik moest nog zoveel doen vandaag… Voor ik het weet zit ik op de fiets op weg naar de winkel om boodschappen te doen. Ik loop nog snel even een andere winkel binnen waar ik me bedenk dat ik thuis nog wat van zolder moet pakken zodat ik een vriendin weer vooruit kan helpen. Meteen maar even doen als ik de spullen in de kasten heb gelegd.

Het briefje met het nummer dat ik moet bellen ligt nog altijd op tafel. Ik pak het op en leg het op de kast. Dan vergeet ik het dadelijk niet als ik weer beneden kom…

Ik smeer een boterham en schenk een glas melk in alvorens ik, nog kauwend, naar boven vertrek. Ik neem mezelf voor om dadelijk, na de zolder en het telefoontje, even te gaan zitten.

Om kwart voor 6 schrik ik op… een sleutel in het slot! Mijn vriend is weer thuis en met dat besef weet ik ook dat er weer een dag voorbij is gegaan. Een dag waarin ik druk bezig was, maar waarin ik niet datgene heb gedaan wat ik had moeten doen…

Pffff…. Hebben jullie dat nou ook??
Dat soort uitstelgedrag als je iets moet gaan doen wat je lastig vindt?

Inmiddels heb ik behoorlijk wat tips verzameld, laat me weten als je nog wat goede hebt:

  • Bel voor 9 uur ‘s morgens. Dit is handig, omdat de ander dan nog de hele dag voor zich heeft en vaak makkelijker de tijd voor jou zal nemen. Maar het is ook goed voor jezelf. Want door deze deadline kun je jezelf er beter toe aanzetten.
  • Wacht niet tot je alles helder hebt wat je wilt zeggen. Zorg wel dat je je doel voor ogen houdt. Ga zitten, haal diep adem en begin!!
  • Twijfel eens aan je eigen gedachten. Elke gedachte die nu in je opkomt om ‘toch wat anders te gaan doen’ of ‘eerst meer op te schrijven’ is waarschijnlijk niet waar en enkel door je verzonnen om ‘uitstel te krijgen’. De kans dat uitstel tot afstel leidt zal door je gedachten ontkent worden maar je weet best wel dat ik nu gelijk zou kunnen hebben….
  • Zorg voor back-up. Er zijn genoeg mensen die het gevoel hebben dat ze dichtslaan of ‘niet meer weten wat ze moeten zeggen’. De kans is zeer klein dat je echt dichtslaat maar mocht je dit gevoel hebben zorg dan dat je hulp inschakelt. Iemand die bij je is en in het ergste geval de telefoon overneemt. Of ga langs in plaats van bellen. Sta in ieder geval niet toe dat je door dit soort gedachten helemaal niet meer belt.
  • Vier je successen! Geniet met volle teugen als het je gelukt is om de moed te tonen te doen wat nodig is om vooruit te komen! Weet dat het de volgende keer weer een klein stukje makkelijker gaat.

Damn! Keihard met mijn kop tegen de muur geknald..

Ik besef dat degene aan de andere kant van de lijn het niet kan zien en toch haal ik onbewust mijn schouders op. “Ik weet het niet hoor Anouk”, zeg ik tegelijkertijd. “Ik baal gewoon. Ik had gehoopt iemand gevonden te hebben die me verder ging helpen maar nu zit ik alsnog alles te doen. En ik had zo goed gezocht om iemand te vinden die helemaal in mijn straatje lag. Mijn sfeer opriep. Dit ook voor anderen doet. Maar blijkbaar had ik een te rooskleurig beeld van hetgeen er geleverd zou worden. Of wilde ik te veel. Dat kan het natuurlijk ook heel goed geweest zijn. Ik wil altijd te veel denk ik.” Ik neem een diepe adem lucht en zucht. “Maar ik ben wel blij dat je dit wilt doen. Dat je me even wilt helpen zodat ik dadelijk deze pagina in ieder geval heb staan.”

Terwijl we over de inhoud van mijn product praten merk ik dat ik meer energie krijg. Ik vertel wat ik bied en door de vragen die gesteld worden aan de andere kant van de lijn kom ik weer een stukje verder. Zoals ook met de vraag “Xandra, ik snap wat je bedoelt wanneer je schrijft dat je video’s en werkboeken hebt gemaakt, maar wat bedoel je precies met het feit dat je uitdagingen aanbiedt?” Een vraag als deze triggert en maakt dat er wat los wordt gemaakt. en wanneer ik gevraag word naar mijn diepere drijfveren achter het programma galmt er in één minuut zo’n passie uit mijn woorden dat we beiden deze woordenstroom het liefst hadden opgenomen om het daarna letterlijk uit te typen.

Ik vertelde Anouk over ondernemers die zichzelf klein houden, niet in hun grootsheid durven gaan staan en daar in mogen oefenen, stap voor stap moediger worden om vervolgens aan de slag te gaan met wat ze werkelijk willen brengen. Die volgorde is een stuk makkelijker dan andersom, wanneer je weet wat je wilt maar niet durft is het behoorlijk frustrerend terwijl als je al op weg bent om moediger te worden dan stimuleert het te weten waarvoor je het doet juist om door te gaan. Zo is de gehele training opgebouwd, heel langzaam van binnen naar buiten.

Ik besef dat ik daarmee niet iedereen zal aanspreken. Er zullen mensen zijn die geneigd zijn om naar een makkelijke oplossing te grijpen of te gaan voor degene die een grote omzet beloont. Anouk stelt me daarom een aantal prikkelende vragen. Op een gegeven moment ziet ze in mijn oorspronkelijke tekst iets staan waarvan ze aangeeft dat dit niet klopt. Xandra, jij werkt niet met mensen die ‘enigszins weten wat ze willen! Jouw doelgroep weet precies wat ie wil. Het zijn mensen die barsten van de ondernemerszin ten tegelijkertijd dreigen te verdrinken in hun maar, maar maar”…

Haar reactie maakt dat ik mijn vingers op het toetsenbord zet en ga typen. Voor ik het weet staat er het volgende op papier: ondernemers die uit hun standaard systeem geschud mogen worden. Die helder voor ogen hebben wat ze willen gaan doen maar niet weten hoe ze daarmee aan de slag kunnen gaan. Of veel te veel tegen zichzelf aanlopen om in beweging te komen. Die barsten van de ondernemerslust maar verdrinken in hun ‘maar, maar maar….’ En ondanks dát, toch graag aan de slag willen!

Ik glunder terwijl ik het voorlees. En ik glunder nog harder wanneer we een half uurtje later ook de laatste perfecte zinnen op papier knallen. Wil jij ondernemen zonder zijwieltjes? En heb je de ballen dit ook te gaan doen? Of wil je heel graag maar durf je nog niet en roep je nu heel hard van binnen ‘hellup!!’… Start dan met deze training. Want fuck it, ondernemen is voor helden. Ook voor die op sokken. 

Voldaan neem ik een slok van mijn thee. Ik zak achterover en loop met 1 oog nog eens schuin door mijn tekst heen. En dan valt het me binnen. Ik werk met mensen die écht naar zichzelf willen gaan kijken. Die het beu zijn allerhande trainingen en workshops te doen en nooit de oplossing te vinden voor hun gevoel van onzekerheid. En ik werk met ondernemers die het zichzelf waard vinden tijd te investeren om hun basis goed neer te zetten zodat ze daarna kunnen gaan knallen.

Maar dat is exact wat ik dus zélf niet gedaan heb door een ander mijn teksten te willen laten schrijven. Zonder inbreng en vooral met weinig moeite van mijn kant. Ik dacht – ik hoopte – dat mijn teksten miraculeus zouden verschijnen. Precies zoals ze bij me hoorden en pasten. Alsof een ander in mijn hoofd was gekropen en eruit had gehaald wat daarin zat. Er nog eens een toverspreuk overheen gooide om er wat glamour aan te geven en het daarna op een zilveren plateautje aan te reiken. Precies wat ik dus altijd tegen iedereen roep dat dus echt echt echt niet mogelijk is. BAM! Die kwam binnen. Gelukkig kan ik lachen om mezelf. Ik had het even nodig. :D

——-

Wil je meer weten over Anouk? Wel, de sessie zoals wij hem (in dit geval telefonisch) hebben gedaan zal binnenkort als nieuwe mogelijkheid binnen haar bedrijf  ‘Copy en co’ verschijnen. Ze gaat dan letterlijk naast jou als ondernemer zitten, kijkt samen met jou naar je tekst en zorgt dat je bij elke zin, elk woord, het onderste uit de kan haalt. Aan het einde van de afspraak heb je een tekst waar je zelf kippenvel van krijgt. En na het meegemaakt te hebben kan ik je deze manier van werken alleen maar van harte aanbevelen!

1 2 3 6