Category Archives for Alle berichten

Sport en ik waren nooit maatjes… maar tegenwoordig zijn we onafscheidelijk. Lees dit hedendaags liefdesverhaal

“Het lukt totaal niet!’
Het is vrijdagavond kwart over negen als mijn Lief de keuken binnenstapt waar ik wacht tot mijn theewater eindelijk wil gaan koken. Ik verbaasde me er weer eens opnieuw over hoe lang het kan duren voordat het gereed is als je erop staat te wachten en hoe snel het gaat als je met anderen zaken bezig bent. Mijn Lief leidde mij gelijk uit mijn gedachten. Een diepe zucht uit zijn mond maakt dat ik me naar hem toedraai en nieuwsgierig kijk ik hem aan, alsof ik met mijn lichaam wil vragen zijn verhaal met me te delen.

‘Het lukte vandaag totaal niet!’ vertelt hij. Zijn woorden zet hij kracht bij door zijn beide armen licht op te heffen en met een hulpeloos gebaar weer te laten vallen, alsof het flessen frisdrank zijn die achteloos op de rand van de tafel neergelegd waren en daar nu vanaf rollen. De blik in zijn ogen spreekt boekdelen.

Ik zeg nog altijd niets. Kijk hem aan en met mijn hoofd schuin peil ik of hij er nog meer over wil vertellen. Dit blijkt inderdaad het geval. Zijn woorden komen eerst wat traag op gang maar buitelen al snel over elkaar heen als water bij een waterval. Hij beschrijft hoe hij ging klimmen (boulderen zonder touw) en dat hij geen meter omhoog kwam. Zelfs trajecten die hij eerder zelfs uitgeknobbeld had en waarvan hij de top wist te bereiken lukten hem niet meer. En elke plek waar hij grip probeerde te krijgen leken zijn spieren uit elastiek te bestaan en zijn handen geolied. Keer op keer gleed hij naar beneden, kreeg hij zich niet opgericht en voelde hij zich falen. De teleurstelling in zichzelf was groot. De blik van anderen intens voelbaar. En het tekortschieten ten opzichte van gewenste doelen zo pijnlijk voelbaar dat hij het na een klein uurtje opgaf.

Mijn vent, meer dan twee meter groot stond verslagen in onze keuken. Mijn hart liep over. Maar ik wist ook dat hij het kon dragen. Dit eenmalige gevoel zou volgende week weer anders ingekleurd worden wanneer hij wel een goede avond had of terugdacht aan eerdere succesmomenten.

Ik geef hem een knuffel en terwijl zijn lichaam ontspant tegen het mijne merk ik dat mijn gedachten afglijden. Morgen heb ik weer yoga. Een sport waar ik nog maar net mee begonnen ben en die me veel geeft. In één klap besef ik de overeenkomst tussen mijn situatie en die van mijn Lief. Ik houd hem nog altijd vast maar hef mijn gezicht naar hem op. “weet je lief”, zo begin ik zachtjes, “wat jij nu ervaart, dat heb ik 42 jaar lang gevoeld’. In geen enkele sport was ik goed, overal keek ik vol bewondering naar wat anderen voor elkaar kregen waarbij ik me afvroeg waarom mijn lijf uit plakkend rubber leek te bestaan dat gewoonweg niet in staat was te doen wat al die anderen konden”.

Ik en Sport waren geen maatjes
Ik en Sport waren geen maatjes.
Ik weet niet. Ik mocht hem niet zo.
En ik had het gevoel hij mij ook niet.

Ik voelde me nooit welkom bij hem,
Hij gaf me een ongelofelijk rotgevoel,
En het werd erger wanneer anderen zeiden hoe goed hij was.

Meestal deed ik net alsof hij niet bestond.
Niet tegen hem praten en niet óver praten,
dat was eigenlijk mijn beste oplossing.

Doodzwijgen totdat ie wegging was mijn tactiek.
Maar nu bleek dat dit niet ging werken,
want Sport kwam steeds prominenter in mijn leven voor.

In de zomer werd ik jaloers.
Mijn Lief die altijd maar met Sport omging,
en mij daardoor links liet liggen.

Wilde ik hier iets aan doen dan moest ik vriendschap sluiten.
Mijn eigen grenzen voorbij gaan en ontdekken,
of er wellicht wat leuks aan hem te ontdekken was.

De eerste keer was nieuw en onwennig.
Sport klonk raar, rook raar en bewoog erg vreemd,
genoeg om me daar mee bezig te houden.

De tweede keer waren andere vriendjes van Sport
degenen die mijn aandacht trokken
en ook dat was voldoende qua afleiding.

Maar vanavond, tijdens de derde kennismaking
ging het ineens om Sport en mij
al het andere leek weg te vallen.

Ineens voelde ik alleen nog maar mijn lijf
Mijn knarsende gewrichten en stramme spieren
en dat niets ontziende beeld in de spiegel.

Thuis besefte ik ineens
dat ik stoer wilde doen
bewijzen dat ik nergens last van had.

Maar ondertussen liepen de tranen over mijn wangen
en besefte dat het hierom ging: “Ik en Sport waren geen maatjes”
En daar kon hij helemaal niets aan doen…

 

Ik kan meer dan ik denk te kunnen
Ik en Sport waren nog steeds geen maatjes, dat besef deed me destijds erg veel pijn. Het verdriet dat ik nu ervaar, in de omhelzing van mijn Lief voelt als een lang loslaten van wat ooit mijn werkelijkheid was. Alles veranderde in september 2017. Na een intensief traject met sport en afvallen wat leidde tot nog meer weerstand tegen beweging, pijn en uiteindelijk ziekenhuistrajecten viel de diagnose ‘fibromyalgie’. Een term die ik haatte en die me erkenning gaf tegelijkertijd. In het revalidatietraject dat startte werd ik uitgedaagd om mijn eigen overtuigingen tegen het licht te houden. Ik herinner het me als de dag van gisteren..

‘Mooi Xandra, goed gewerkt tot zover!’ zegt de jonge vrouw die naast mijn loopband staat. Zonder haar aan te kijken weet ik dat ze me gaat uitleggen wat de oefening is die we hierna gaan doen. Ik verwachtte de wiebelbrug, die had ze me immers al beloofd dat we ooit toe zouden gaan voegen aan de lijst met oefeningen die ik in de fysiosportruimte kon gaan doen. “We gaan dadelijk fietsen, roep je me als je zover bent?’ hoor ik haar zeggen terwijl ze wegloopt.

Het is goed dat ze dat doet. Tranen wellen gelijk op in mijn ogen en ik wil niet dat zij ze ziet. Mijn keel knijpt dicht terwijl ik een stem in mijn achterhoofd repeterend hoor zeggen ‘ik kan niet fietsen, ik kan niet fietsen..’ terwijl die ene laag van bewustzijn doorlopend dat zinnetje hoort en een ander zich bewust is van het feit dat ik nog maar 1,5 minuut hoef op de loopband is er een derde bewustzijnslaag koortsachtig op zoek naar mogelijkheden om haar te vertellen dat ik echt Nó Wáy dadelijk op die fiets ga zitten.

Boos word ik ervan. Ik had haar toch goed verteld dat ik niet kón fietsen? Dat mijn knie door een ongeluk lang geleden beschadigd was geraakt en hij sindsdien pijn deed? Dat ik op m’n twintigste nog een fiets had om naar de kroeg te kunnen maar liever bij iemand achterop meereed? En ik, zodra het kon, een auto aanschafte om zelfs de afstand naar de winkel of de brievenbus makkelijk te overbruggen? Fietsen, dat was niets voor mij. Dat was voor schoolgaande jeugd, moeders met te veel kinderen en bejaarden die weigerden hun werkeljke leeftijd toe te laten.

“Ik kan niet fietsen. Dat heb ik toch gezegd?’ stamelde ik tegen mijn begeleidster. Bijna hoopte ik dat ze quasi nonchalant haar hand tegen het voorhoofd zou slaan, lieflijk zou glimlachen en dan zou vervolgen met ‘ach ja natuurlijk mevrouw van Hooff, dat heeft u ook prima vertelt tijdens de intake. Laten we iets anders gaan uitzoeken wat wel kan.”

Ja, ik weet dat je dat gezegd hebt was echter haar antwoord. En dat is oké. We gaan het toch doen. Loop maar mee… En ze draaide zich om en voordat ik het wist stond ze aan de andere kant van de ruimte.

Schoorvoetend liep ik haar richting in. Als een klein mokkend kind ging ik op het zadel zitten. Mijn voeten boos op de pedalen. Ik zei niets. Mijn tranen zaten zo hoog dat ik bang was dat ze alsnog geplengd zouden worden als ik mijn mond open zou doen.

“Oke, Xandra. Begin maar. En zoals je weet, gelijk als je voelt dat je niet meer kunt mag je stoppen. Dan vullen we de tijd in als meting en hanteren we daarvan vanaf volgende keer 40%. Wil je de tijd voor me onthouden als je klaar bent zodat we die op kunnen schrijven? Ze wilde al weer weglopen maar iets weerhield haar. Alsof ze zag dat ik niet in beweging zou gaan komen. Ze keek me aan en zei niets. Ik haalde zachtjes mijn neus op, om de tranen die niet gevallen waren via deze binnendoor-weg alsnog bij me te houden. ‘Ik kan niet fietsen’ was het enige wat ik bijna onverstaanbaar fluisterde terwijl ik van schaamte en ellende me zo klein had willen maken als een stofje dat onder het fitness apparaat verdween. Onzichtbaar voor de rest van de wereld…

‘Kun je 1 keer met je voeten de trappers rond duwen?’ was de wedervraag die ik kreeg. Ik was blij dat ze niet de aandacht legde op mijn emoties maar deze als een natuurlijk bijproces beschouwde dat irrelevant was voor hetgeen we te doen hadden. Elke vraag of opmerking daaromtrent had me verder weg gebracht bij de fiets waar ik op zat en waarvan mijn billen me -zelfs na deze luttele seconden- lieten voelen hoe ongemakkelijk het was.

‘Ja tuurlijk, zei ik’ en ik hoorde dat ik wat boos reageerde. Nou doe dan maar, was het antwoord wat ik kreeg. De vlaag irritatie maakte dat ik mijn voeten afzette en de eerste boog maakte door de lucht. Mooi. Je fietst. nu gaan we kijken hoe lang je lichaam dit kan.

Acuut stopte ik met trappen. “Nee nee, doorgaan!’ klonk haar stem naast me. Mijn gedachten werden onderbroken. Doorgaan, je bent bezig. De tijd loopt. We gaan zo kijken hoever je bent gekomen Xandra. Ik knikte. Hoewel ik veel had willen zeggen viel ik stil en ik besefte wat er daar zojuist gebeurd was. Mijn ‘ik kan niet fietsen’ sloeg op het feit dat fietsen in zou houden dat ik in staat zou zijn minimaal 20 minuten zou kunnen rijden. Waarschijnlijk daarna afstappend met een licht voldane glimlach op het gezicht en een gevoel dat twee uur langer ook nog wel gekund had. Háár definitie van fietsen was ‘de trappers rondduwen met je voeten’ en dan kijken hoeveel seconden of minuten je het volhoudt om dat aantal vervolgens de dagen en weken erna telkens met 10% op te kunnen hogen.

Ik bleek na dat moment in staat om 2.15 minuten te fietsen. Mijn conditie en pijn in mijn billen bleken met eerder dwars te zitten dan de last van mijn knie. In de maanden erna werd het opgebouwd totdat ik in de zomer in staat was om met mijn kinderen 20 minuten te fietsen voor een ijsje in het dorp en zelfs met een kleine voldane glimlach op mijn gezicht af te stappen, wetende dat ik niet verging van de pijn en niet aan het einde van mijn latijn was…

Een zaadje in mijn hart werd geplant
Ik wist door de revalidatie wel hoe ik kon leren mijn spieren te versterken of mijn conditie geleidelijk te trainen maar Sport en ik waren nog altijd geen maatjes. Dat veranderde in september 2017 toen ik op het happinez festival was met twee vriendinnen. We zouden gaan luisteren naar het verhaal van Roman Krznaric, mede-oprichter van The School of Life’ over hoe het eeuwenoude motto ‘carpe diem’ ons kan leiden naar een betekenisvol leven. Hij zegt dat als we ons bewust worden van de belangrijke carpe diemkeuzes (ik maak keuzes, dus ik ben) in ons leven – hoe we met onze relaties omgaan, hoe we in het leven staan – dan kunnen we onze vrijheid daarin opnieuw waarderen en openstaan voor nieuwe mogelijkheden.”

Dat we ons op dat moment niet zo bewust waren van keuzes bleek uit het feit dat we óf in een geheel zaaltje zaten óf simpelweg op de verkeerde tijd er waren aanbeland. De dame op het podium was een prettige verschijning om naar te kijken, al vroeg ik me af waarom zij daar stond in plaats van de man die we hadden verwacht. Toen de presentatie begon werd snel duidelijk hoe verkeerd we zaten. Fritzi Ponse werd voorgesteld als spreekster waarbij duidelijk werd dat haar korte praatje zou gaan over Lu Jong, Tibetaanse healing yoga.

Yoga.. ik heb er niks mee. Misschien nog wel minder dan met de sportschool waarbij ik tenminste mijn gevoelens van onmacht om kan zetten in woede op de apparaten en gewichten. Ik ben geen yoga meisje. met mijn maatje 46 pas ik niet in een witte yogastudio die sereniteit uitstraalt en waar ik in een kekke legging met mijn billen naar de hemel gelukzalig mag zuchten uit pure voldoening.

Een steelse blik links van me, waar een vriendin zit die wel van yoga houdt. Ik zucht en kijk achterom. De deur staat open en ik zie de regen uit de hemel gutsen. Mijn blik draait terug naar voren en even staar ik naar de kop thee in mijn handen. Hier is het in ieder geval warm en droog. Ik kijk naar rechts, waar ik de blik van mijn andere vriendin tref die haar schouders in milde goedkeuring optrekt alsof ze wilde zeggen dat het haar niet uitmaakte en we wel even konden blijven zitten. Mijn lijf ontspant en ik geef me over.

Schuilen voor een regenbui terwijl ik thee drink. Dát is mijn plan. Ik houdt me wel even oostindisch doof besluit ik. Gewoon niet echt luisteren en alles langs me af laten gaan. Maar helemaal lukken doet dat niet. Ik schud toch even zichtbaar mijn hoofd wanneer de spreekster vertelt over de vijf elementen. Ik zucht. De zoveelste ‘reikiachtige, edelsteenminnende en allesoplossende hulpvorm dus. Niks voor mij…

Wat er gebeurde weet ik niet. Was het iets wat ze vertelde? Was het de herinnering aan een diep intern verlangen een sport te vinden die bij me paste? Ik kan het je eerlijk niet zeggen… Maar het gevolg was dat ik – terwijl ik probeerde stoïcijns de tijd uit te zitten – mezelf na ongeveer 10 minuten volledig geëmotioneerd terugvind terwijl de tranen geluidloos over mijn wangen stromen. Met heel mijn wezen voelde ik ‘dit is iets wat mijn lichaam zal kunnen’ en die gedachte maakte dat mijn hart deze Sport in z’n armen sloot.

De maanden erna hield Lu Jong me gevangen in gedachten. Achteloos bekeek ik filmpjes online. Maar in mijn omgeving geen docent of mogelijkheid te bekennen en zo besloot ik midden in de winter te mailen naar mogelijkheden voor mij. Ik zou een hartverzakking hebben gekregen als ik had geweten wat de reactie was die ik kreeg. Geen losse lesjes, geen ontspannen retreat… Met de opleiding mocht ik starten, als ik dat in vertrouwen deed.

Tranen in mijn ogen
Een brok in mijn keel
Deze vraag deed mij heel, heel veel

Het vertrouwen dat ik mocht hebben
Lag niet in Sport z’n lijn
Het vertrouwen mocht ik geven aan mijn eigen zijn

Durfde ik Sport te voelen?
Ervaren hoe een lijf kan zijn?
Vrijheid ervaren met of zonder pijn?

Het voelt nog zo onwennig, alsof ik een eerste vriendje kus
Valt het tegen? Is het fijn?
Ik zal het pas weten als het zover gaat zijn

“Ik en Sport waren geen maatjes”
En wellicht gaat dat altijd zo zijn
Maar misschien ook… loopt het anders
En vind ik het gewoon echt heel erg fijn…

 

De opleiding tot yoga juf
Nog zonder ooit een lesje Lu Jong te hebben gedaan stap ik in de opleiding tot yoga docent. Hoewel ik vrees dat je me na een halve dag volledig verkrampt van de pijn weg zou kunnen dragen vind ik het heerlijk. En de dag na het eerste opleidingsblok schrijf ik op Facebook:

“In tranen door afgelopen dagen. De blik van ‘de juf’ toen ik na twee dagen in staat bleek mijn arm weer omhoog én opzij te kunnen bewegen. (Mariette liet letterlijk haar mond open vallen om hem handmatig dicht te doen uit puur ongeloof.  Maar zo voelt het ook echt, mijn arm zo vrij kunnen bewegen lukte me al ruim twee jaar niet meer)….. De app naar mijn lief na de derde dag; ‘Zo raar dat je jarenlang gelooft dat sport niks voor jou is, je een lezing volgt die je raakt en je volledig onvoorbereid ergens dagenlang induikt waarbij je echt het gevoel hebt dat als je de rest van je leven niks anders meer doet het dan helemaal oké is.’… De energie die ik had toen ik na de 4e dag thuiskwam…. Het uurtje dat ik vanmorgen weer mocht trainen (mijn lijf masseren dmv beweging) waarbij ik verbaasd was hoe snel de tijd ging…. Het gevoel van warmte in mijn linkerarm en de afnemende pijn in mijn lichaam…” Intens dankbaar ben ik. Dankbaar voor mijn lijf. Voor deze zachte vorm waarbij niet gestreefd wordt naar liefde, heling of een einde aan pijn maar juist het omarmen en dat alles er mag zijn.

Dat gevoel van dankbaarheid wordt aangevuld met puur fysiek oefenen. Als ik ooit als yoga docent voor de groep kom te staan heb ik immers het vertrouwen nodig dat ik weet wat te doen. Gedurende 21 dagen zou ik daarom alle oefeningen uitvoeren. Vooraf dacht ik dat ik dan aan het einde vast alle namen zou kennen, zou begrijpen wat ik doe, hoe dat voelt in mijn lichaam en waar bij anderen op te letten. Ik het gracieus zou kunnen uitvoeren terwijl ik ook oog zou hebben voor mijn omgeving. Mijn ademhaling natuurlijk op het ritme van mijn bewegingen zou gaan en ik precies zou weten wat de gezondheidsvoordelen van elke oefening zouden zijn.

De praktijk is natuurlijk weer eens anders. Wat mij is opgevallen is dat het niet voelt als 21 dagen en opstaan voor lu jong geen extra energie kost. Dat ik oefen met m’n ogen dicht want als ik ben afgeleid ik niet voel wat ik dan doe. Niet handig natuurlijk als ik voor een groep ga staan, maar zo is het nu nog even. Ik mag het mezelf gunnen nog wat langer door te oefenen. Oh ja, en ik raak geregeld de tel kwijt, vergeet mijn ademhaling of dreig om te vallen. Achteraf voel ik me vaak achteraf schuldig omdat ik nog niet ‘echt’ gesport heb. Maar het mooiste: mijn lijf doet (meestal) minder pijn, ik vind de 45-60 minuten die het me ‘kost’ een fijn rustmoment.

Dus… gaat lekker he? Had ik al vertelt dat ik zomaar wat doe? Ik geen idee heb waar ik me bezig ben maar het toch oké voelt het dagelijks te doen. Ik ondertussen aan het lezen ben in ‘de werking van yoga’ en dat echt een tof boek vind? Ik nog altijd niet weet waar ik mee bezig ben maar het mezelf gun maar wat te doen? Ik misschien toch een yoga meisje word…..?

 

Terug in de keuken bij mijn Lief
Daar sta ik, bij mijn lief in zijn armen. Alle gedachten aan de afgelopen jaren trekken aan mijn geestesoog voorbij terwijl ik hem zeg “wat jij nu ervaart, met het klimmen dat een keertje niet ging, dat heb ik 42 jaar lang gevoeld’.

“klopt, antwoord hij en houdt me nog eens extra stevig vast. Daarom is het zo ongelofelijk wat je nu aan het doen bent met yoga. Dat je dat gewoon elke dag doet. Jezelf dit gunt. De beweging je lichaam laat helpen. Ik snik en voel mijn tranen in zijn shirt glijden terwijl ik bedenk ‘ze had gelijk over die Tibetaanse healing yoga en dat je daarmee fysieke en mentale blokkades los kunt laten. Ik denk dat er bij mij in ieder geval veel meer geheeld wordt dan enkel mijn roestige lijf…’

klaar voor de winter

Er was eens een klein egeltje dat de hele zomer bezig was met het maken van zijn winterholletje. Als het niet goed genoeg is dan krijg ik het koud en dan lachen anderen me uit, zo dacht hij. En dan voel ik me dus heel erg rot en verdrietig… Dus het egeltje besloot vroeg aan de slag te gaan.

Nu moet je weten dat herstblaadjes altijd in een korte periode van de boom vallen maar dat wist het egeltje niet. Die ging midden in de zomer al aan de slag met de eerste blaadjes die door de wind waren afgerukt. Deze werden zorgvuldig opgehaald, gedroogd en bewaard.

Na maanden werken, toen de anderen voor het gevoel van het egeltje nog maar net begonnen waren, was iedereen tegelijkertijd ineens klaar. De hele gemeenschap liep uit om hun winterpaleisjes te vieren. Het kleine egeltje had geen zin in een feestje. Het stond daar maar. Hij had zo hard gewerkt. Waarom zag niemand dat? Hij voelde zich onhandig, onbenullig en
onbehoorlijk.

De rest had gewoon mázzel gehad dit jaar, zo dacht hij. En dus ging hij het jaar erop nog wat vroeger aan de slag. Maar weer gebeurde hetzelfde. Hij voelde zich opgelucht omdat zijn winterplekje weer gereed was. Maar niemand zag hoe het egeltje al het hele jaar daarvoor bezig was geweest.

Het derde jaar kwam er een fee voorbij in de lente, toen de eerste blaadjes aan de bomen verschenen en het kleine egeltje reikhalzend stond uit te kijken naar het moment dat hij de eerste naar zijn plekje kon brengen.

‘Egeltje’ zo begon fee, ik wil je helpen. Het egeltje keek op. Hoopvol want hij zag ook wel in dat wat hij deed niet werkte. Maar ook beschaamd, want nu was hij een egeltje dat hulp nodig had. Hetgeen dat hij al die tijd had proberen te voorkomen.

‘Ik kan je betoveren om het voor elkaar te krijgen, of je kunt het zelf doen’, zei Fee. Dat
laatste dacht het egeltje gelijk, en hij sprong op uit puur enthousiasme. “Zeg maar wat ik moet doen Fee. Ik kan echt heel hard werken!”

“Ja dat heb ik gezien egeltje. Ik zag hoe druk je jaar in, jaar uit bezig was’. Maar nu wil ik dat je het hele jaar niets doet. Pas wanneer de anderen aan de slag gaan mag jij ook in beweging komen.”

Dat gaat helemaal mis, zo dacht egeltje. Dit wordt een ramp. Mijn huisje komt niet af. De anderen gaan lachen en ik heb het de hele winter koud. Toch hield hij zijn woord. Sterk zijn en hard werken liggen dicht bij elkaar en dat laatste kon egeltje heel erg goed, zo wist hij van zichzelf.

Natuurlijk kwam het goed dat jaar. Maar dit was de eerste keer dat hij er echt van kon genieten. ‘Het is vast mazzel’ schoot nog even door zijn hoofd. Maar toen besefte hij dat dit de zoveelste keer op rij was dat het gebeurde….

Zou het zo zijn dat herfstblaadjes altijd pas net voor de winter gaan vallen? Zal het de bedoeling zijn dat ik de rest van het jaar dan gewoon geniet in plaats van werk? Dacht het egeltje nog even…

Maar die gedachten duurden niet lang. Hij werd door de anderen meegenomen en vierde gedachteloos feest tot ver in de vroege morgen….

Spelen voor meer geluk en meer succes

Twee mensen voor me. De ene met haar tong uit haar mond en keihard ‘urrgghhh’ roepend, de ander verwonderd, verbaasd om wat er gebeurt en tegelijkertijd zoekend naar wat haar rol, haar aandeel, aan reactie is. We zien de verbazing op haar gezicht en de verstijving van haar lichaam. Het is alsof ze niet weet wat ze mag gaan doen en dus maar niets meer doet, omdat het dan ook niet mis kan gaan. Ze weet dat ze een gebaar heeft ingestudeerd, dat ze nu mag laten zien als reactie. Ze weet ook dat haar lijf nu iets anders zegt, iets anders wil. Iets anders laat voelen. Maar is het de bedoeling je aan de opdracht te houden? Moet ze gelijk in de reactie schieten die ze ervaart? We zien de twijfel in haar ogen. Hoe meer ze ons aankijkt en door de muur heengaat die normaliter tussen publiek en spelers te vinden is, hoe meer wij ervaren dat we daar zelf staan te stuntelen op het podium.

‘Toe maar, doe het nog maar een keer. Laat die tong maar zien!’ moedigt de docent aan. Hij stimuleert de tegenspeelster om door te gaan, om haar zo nog meer te laten voelen van het ongemak dat ze eigenlijk het liefst niet toe wil laten. En dan… bij die derde keer dat er van haar tegenspeler een uitroep komt, zien we de ontspanning bij haar optreden. Het script gaat aan de kant. En ze schiet volledig in het ‘zijn’. In wat nu is. Want hoe hilarisch en lachwekkend is het eigenlijk wat haar tegenspeelster doet? En kan zij dat als clown niet nog veel beter? Terwijl zij haar tong lachwekkende capriolen laat uitvoeren, wat een daverend lachsalvo tot gevolg heeft, voel ik mezelf ontspannen. In deze kleine minuut ben ik door zoveel emoties heengegaan: van onmacht naar ontsteltenis, onvermogen, plezier, willen winnen, samenwerken, verbinding, falen en weer terug. Ik zak weer wat meer achterover in mijn stoel. Ik was me er niet eens bewust dat ik blijkbaar op het puntje van mijn stoel zat, voorovergebogen en vol inspanning had zitten kijken….

Deze scène speelde zich af tijdens een introductie in de clownerie, een theatervorm waarbij je degenen in het publiek even een kijkje in je ziel geeft voordat je een actie inzet. Dat schept liefdevolle ontroering en onvervalste hilariteit, want juist daardoor vraag je je als kijker af of de actie die vervolgens ingezet mag worden ook echt tot de max mag worden uitgespeeld. Of dat deze toch nog ietwat wordt tegengehouden, door welke vorm van schroom dan ook.
Voor mij is clownerie dan ook het afzetten van maskers en het laten zien van je binnenkant. Wie de clown in zichzelf durft los te laten, geniet en presteert meer.

De contactclown leeft vanuit zijn hart en treed met open blik, nieuwsgierig en ontvankelijk anderen tegemoet. Hij bekommert zich niet over het verleden, maakt geen plannen voor de toekomst. Hij leeft enkel in het hier-en-nu. Omdat hij zijn gevoelens durft te delen in lichaamstaal, is hij open en eerlijk. Want er is niets goed of fout aan wat je voelt, het is gewoonweg wat er op dat moment gebeurd.

Maar dat laten zien maakt ook kwetsbaar. Als kijker zie je niet alleen hoe iemand een goede tegenreactie inzet, maar ook zijn falen, ongemak, onmacht, twijfel, niet weten en vastberadenheid: alles mag er zijn en wordt zichtbaar uitvergroot naar anderen. Met het altijd aanwezig positivisme van de clown, wordt er vervolgens weer een nieuwe actie ingezet. Een clown faalt vaak, maar nooit lang. In een wereld waarin we ons best doen om te slagen, om neer te zetten ‘dat we iemand zijn om rekening mee te houden’ en dat we ‘behoorlijk wat in onze mars hebben’, laat de clown zien dat we niet door de mand kúnnen vallen, omdat er überhaupt geen mand is. De clown mág falen. Mag succes hebben. Mag alles laten zien wat er is en wat het hem doet. Dat is het verschil met de contactclown en de ballonnenclown; een contactclown leeft vanuit zijn hart en weet daarom het hart van de ander te raken.

Toen ik naar huis reed na de introductieavond, was ik ontroerd. Ik merk dat de clown dat vaak doet. De clown in mij laat mij meer lachen en gek genoeg ook meer huilen. Omdat ik thuiskom. Bij mijn reacties. Bij mezelf. Ik hoef mezelf niet meer voorbij te lopen, mijn reactie mag uitgesteld worden, totdat ik alle emoties heb ervaren en laten zien die door me heen gaan. Al zijn het er verschillende, ze mogen er zijn. En door het inzetten van een actie verandert er weer iets. In mij. In verbinding met de ander. En het is juist deze continue verandering die alles licht maakt. Vrijer. Meer spontaan.

Hoofd uit, Lijf aan. Dát is voor mij clownerie.
Die ontroering, of wellicht beroering, is er omdat het spannend is én goed tegelijk. Rete-eng én hetgeen waar ik mezelf nog beter ga leren kennen. Waar ik mijn succes (zelfs al is het succes met tongrollen), mag uitvergroten en mijn falen niet langer verdoezel. Incasseren noemen ze dat. Ik noem het ‘mezelf erkennen’. Meer voelen, meer ervaren, meer laten zien. Mindfoolness op het hoogste niveau. Het is spannend en tegelijkertijd het meest liefdevolle wat ik voor mezelf kan doen. Daarmee geef ik mijn toekomstige ik vertrouwen. En daarom weet ik dat dit de weg is die ik op mag gaan!

Een sprankje hoop is alles wat je soms nodig hebt om te durven geloven in de aanwezigheid van licht

‘Hoi Xandra’ hoorde ik de jonge vrouw zeggen die voor me stond. ‘Ik moest even kijken, maar ik wist gelijk waar ik je van herkende. ‘Hoe gaat het met je?’ Ik slik. De jonge vrouw is een oud-collega en de laatste keer dat we elkaar zagen, voelde ik me een hoopje verslagen ellende; een schimp van wie ik ooit was en een fractie van degene die ik sindsdien geworden ben.

Ik keek naar haar op. Blond haar in een losse staart bijeen gebonden, haar hoofd lichtelijk schuin alsof ze daadwerkelijk geïnteresseerd was in hoe het me vergaan was nadat ik voor de derde keer op rij mijn baan verloor, mijn wereld instortte en het gevoel had dat er niemand in de hele wereld op me zat te wachten.

Ik vertelde over mijn reis. De toppen en de dalen van mijn leven en dit bedrijf ‘GaveMensen’ in enkele zinnen samengevat. Ze glimlachte. Ik zag dat het tijd voor haar was door te lopen en rondde af. ‘Ik ben blij dat het donker heeft plaatsgemaakt voor licht’ zei ze ter afsluiting. ‘En dat het uiteindelijk toch tot iets moois heeft geleid…’

Na ons afscheid draaide ik me om. Mijn maag nog wat verder. Tranen welden in mijn ogen op maar dapper slikte ik ze weg. Haar woorden galmden nog na.  Dat het toch tot iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid, dat het toch iets moois heeft geleid..

Gedurende een paar seconden was ik weer terug in die donkere periode. Mijn ziel onder mijn arm. Verloren in het donkere woud dat het leven heet. Eenzaam. Alleen. Zonder uitzicht. Ik voel weer de vlagen paniek. Geen idee welke kant ik op moest. Ik had geen idee waar de uitgang was en geen idee wat de toekomst me zou brengen. Zelfs geen idee wanneer ik überhaupt op weg zou gaan.

Tien jaar eerder was ik een stoere chick. De Pipi Langkous die zei ‘geen idee of ik het kan, ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk het wel!’ Die attitude had me veel gebracht. Ik kreeg verantwoordelijkheid en mooie banen. Maar daarmee kwam ook de angst. Stel dat ik door de mand val. Stel dat ik niets voorstel. Stel dat niemand op mij zit te wachten en ik overal weggestuurd word…

Midden in het donkere woud van mijn leven werd ik geconfronteerd met mijn eigen angst. Het feit dat ik deze omgeving zelf gecreëerd had doordat ik geen enkele keer op weg naar het midden van het bos had gedacht ‘oké, en stél dat dat gebeurt, hoe kom ik er dan weer uit?’ Ik had me niet gericht op wat ik te leren had, maar op het feit dat de ander me niet zo mocht laten vallen. Ik had me zo gericht op het voorkomen van het vallen, dat ik niet voorbereid was op het opstaan.

Daar lag ik. Met mijn muil op het asfalt. Opengescheurd en verslagen. Mijn hart bloedend van verdriet en onmachtig te zien wat ik überhaupt moest doen om op te staan, door te gaan, mijn wonden te helen en mijn leven weer in eigen hand te nemen. Op hetzelfde moment dat deze herinnering met de kracht van een stoomtrein bij me naar binnen denderde, herinnerde me het besluit dat ik toen nam: ‘zoals ik me nu voel, ga ik me nooit meer voelen!’

Ik had geen uitweg. Geen plan. Geen manier om uit dat donkere woud te komen. Maar ik wist wel dat er, wanneer het gaat om het verhaal in je leven, er weinig feiten bestaan. Enkel interpretaties. Zolang ik leefde, had ik de mogelijkheid om mijn eigen toekomst te veranderen. Het verhaal van mijn leven te herschrijven en mijn eigen einde te kiezen.

Brené Brown werd mijn inspiratie op dit pad. Haar woorden gaven me kracht om in beweging te komen en te blijven. Wetende dat ik niet alleen was. Niet de enige was. Welk woud je ook treft: het is uitzichtloos wanneer je in het midden staat. Het gaf me hoop op momenten dat ik zelf geen hoop had.Sinds ik het dit woud ben, heb ik ietwat meer vertrouwen dat ik bij een volgend dwaalspoor er ook weer uit kan komen.

In een maand als deze, waarbij de aandacht in mijn Facebookgroep gericht is op ‘vertrouwen’, voel ik de lessen die ik in mijn huidige leven mag leren. Waar aanspraak gemaakt wordt op mijn moed. In mijn vermogen te durven doen. In mijn vertrouwen in mezelf. Ik ben niet de enige die daardoor geraakt wordt. Mirjam schreef er vanmorgen dit stukje over en maakte een prachtige tekening die dit symboliseert.

‘Ik zie in verschillende posts dezelfde worsteling als ik: hoe kun je vertrouwen in een goede uitkomst? In een goede toekomst? In iets wat je uiteindelijk niet in de hand hebt? Ik heb ermee geworsteld, ben er ook nog niet op uitgeknokt, maar een ding heb ik al wel door: ik kan mindset ook hierop toepassen. Vertrouwen in het proces (en mezelf of anderen in dat proces) in plaats van in de uitkomst, maakt dat ik in alle gevallen vertrouwen kan laten zien. Dat ik ongeacht welke gebeurtenis altijd vertrouwen kan oefenen. Dat ik kan vertrouwen dat ik voor mezelf kan zorgen. Dat ik kan vertrouwen op mijn mogelijkheden om hulp te vragen. Dat ik kan vertrouwen dat ik ergens doorheen kan voelen en er aan de andere kant van het woud weer uit kan komen. Dan is er altijd iets van vertrouwen mogelijk.’

In het boek ‘Sterker dan ooit’ schrijft Brene Brown over de drie processen in ons verhaal. Ze noemt:

  • The Reckoning: hoe we ongemerkt ons verhaal binnenwandelen 
  • The Rumble: hoe het verhaal bezit van ons neemt. Dit is het diepe donkere middenstuk van het woud, op het moment dat je beseft dat je er  ‘middenin zit’
  • De revolutie: het schrijven van een nieuw einde aan het verhaal verandert de manier waarop we ons verhouden tot de wereld. 

Voor mij is het een boek dat ik als ware ‘zelf geleefd heb’ sinds het laatste moment dat ik mijn oud-collega heb gezien. Haar opmerking ‘dat het uiteindelijk tot iets moois heeft geleid’ weerspiegelt onze behoefte om ons leven en dat van anderen te beschouwen als een verhaal. Of dit nu heel klein is (of je een geslaagde vakantie kunt hebben als de kinderen ziek zijn bijvoorbeeld) of het verhaal dat anderen over onze ‘slechte eigenschappen’ vertellen. Verhalen regeren ons leven…

Een belangrijk punt dat ik meeneem uit dit nieuwste boek van Brené, is de zinsnede ‘het verhaal dat ik er in mijn hoofd van maak is…’ Deze zin zeggen, hardop, maakt dat ik makkelijker kan herkennen en erkennen welke afslag ik in mijn hoofd genomen heb in de interpretatie van de feiten.

Mijn onbewerkte, ongefilterde, ongepolijste versie van het verhaal dat ik in mijn hoofd hoor over de situatie die angst, pijn, woede, frustratie of schaamte veroorzaakte, zorgt ervoor dat ik mezelf moeilijke vragen kan stellen. Om te ontdekken wat er echt gebeurt is. Zo kan ik onderzoeken en evalueren wat ik denk en me afvragen wat er van mijn verhaal waar is. Dat het wellicht niet honderd procent nauwkeurig is. En dat de uitkomst van het verhaal onmogelijk halverwege vast kan liggen.

Het leert me echter ook dat ervaring en succes er uiteindelijk niet voor zorgen dat je makkelijker door dit gebied heen zeilt. Die fluisteren je alleen toe: ‘dit maakt deel uit van het proces. Stug doorzetten.’ Ervaring maakt zelfs geen klein sprankje licht in het donker van het midden. Ervaring geeft je alleen een heel klein beetje geloof in je vermogen om door het duister te laveren. Het middenstuk van het verhaal is vervelend, maar het is ook de plek waar de magie plaats vindt….

Life does not consist mainly, or even largely, of facts or happenings.

It consists mainly of the storm of thoughts that is forever flowing through one’s head.
Mark Twain

30-dagen minder klagen

De afgelopen dagen heeft er een soort positieve orkaan in me gewoed. Een storm aan emoties die alles wat ik eerder ervoer in een nieuw daglicht zette. Het begon op de eerste dag na een drukke periode. Tegelijkertijd was ik gestart met een antibioticakuur en voelde ik hoe ik lichamelijk letterlijk ‘opknapte’. Hoewel er gewaarschuwd was in de apotheek voor vermoeidheid voelde ik de energie terug mijn lijf in stromen. Een nieuw begin. Zó voelt het.

Een nieuw begin betekent ook afscheid nemen. Afscheid van gedachten, afscheid van gevoelens. Afscheid van manieren van reageren. Ik merkte dat er in mij behoefte ontstond om enkele zaken die op de lange baan waren geschoven weer eens ‘aan te gaan pakken’. En toen ik gister tijdens een buitenmaaltijd merkte dat ik wilde gaan klagen over een licht briesje sprak ik mezelf toe; ‘het is tijd om die automatische gedachten aan te pakken’ en liep naar de auto om een vest te halen. Maar het liet me niet zomaar los.

Veranderen is niet makkelijk, het vereist alertheid op je eigen patronen en met een aantal mensen is het gemakkelijker en ook veel leuker.
Ik zag een post van Lucy Lambriex voorbijkomen op Facebook genaamd “I just practice being a good person“. Ze schreef erbij: “E e n m a a n d n i e t k l a g e n. Wie doet er mee?” Ik meldde me aan en schreef “Zal ik een facebookgroep aanmaken Lucy? Waarin we allemaal, als het ons een zo uitkomt, kunnen delen hoe het voelt om niet te klagen? Wat we ermee leren en afleren, voelen ervaren en groeien?” Ik kwam gelijk in beweging en zo ontstond binnen enkele uren een groep van inmiddels tientallen mensen, die bezig zijn met mindfullness, bewustzijn, geweldloze communicatie en ‘minder klagen’. In de facebook groep inspireren we elkaar door het delen van verhalen en hopelijk volgen komende maand ook foto’s, video’s, tips en ervaringen.

Ik ben er ook al eerder mee bezig geweest natuurlijk. ‘Niet klagen’ komt dan ook niet uit de lucht vallen.
Sinds ik 14 jaar geleden startte met een NLP opleiding let ik op mijn taalgebruik en probeer positieve woorden te gebruiken. Elke boodschap kun je op verschillende manieren formuleren, zoals ik ook al eens in deze blog aangaf. Komende maand ga ik proberen om extra zuinig te zijn met kritiek op de kleine dingen in mijn leven. Met name mijn lichamelijke gezondheid, weersgesteldheid en rommel in huis zijn aandachtspuntjes. Dus heb ik mezelf voorgenomen om juist op dit soort momenten bij mezelf en mijn behoeften stil te staan, te kijken wat er is om wél te waarderen en even extra gul te zijn met complimenten. Voor mijn fysieke gesteldheid zal ik eens wat gaan verzinnen en voor het huishouden haal ik desnoods af en toe weer even de buurvrouw van mevrouw proper erbij…

De komende maand is er één van zelfcompassie en van mindfullness. Mild zijn voor mezelf en bewust zijn van het stemmetje in mijn hoofd dat voortdurend aangeeft wat er allemaal toch zo ‘vervelend is’. En van de kritiek die we leveren op onszelf en anderen. Het heeft óók te maken met wat Els Jansen meldde als haar uitdaging tijdens deze 30 dagen: ‘niet meegaan in het geklaag van anderen’. Van haar leerde ik overigens mindFOOLness tijdens het jaartraject clownerie dat ik gedaan heb. Een aanrader voor iedereen die actief met ‘die stemmetjes’ aan de slag wil. Genoeg kanten om mee aan de slag te gaan en te blijven dus!

Vandaag tijdens mijn eerste dag merkte ik gelijk dat er in mijn hoofd de gedachte ‘maar ik mag er niet over klagen’ opkwam toen ik op een miscommunicatie stuitte. Die stem legde ik het zwijgen op, ondernam actie en besprak de situatie. Het bleek dat ik helemaal niet zo duidelijk was geweest over mijn verwachtingen. Mooi, weer even een spiegel en ik ben amper begonnen. De ander rechtstreeks aanspreken en zeggen wat ik nodig heb blijven dus op mijn lijstje staan voor komende maand om frustraties te vermijden. De overige uitdagingen vandaag waren een ontdooide vriezer en de poging om in mijn eentje een houten bank te versjouwen wat we beter met z’n tweeën hadden kunnen doen. Ik leerde dat kiezen voor acceptatie in het eerste geval voelde als iets wat ik eraan kon ‘doen’. En de tweede situatie; ik hád makkelijk hulp kunnen vragen, was me bewust van het feit dat ik me bijna tegen liet houden om dit te doen omdat mijn Lief druk bezig was, vroeg mijn oudste om even te helpen en was trots dat het ons gewoon lukte.

Ga ik de komende maand mijn gedachten en gevoelens elke dag delen? Ik weet het niet, ik ga het ontdekken… Wat zou het fijn zijn als mijn hoofd zonder klachten zou zijn, als ik alles kon laten voor wat het was, zonder me druk te maken over hoe ik het zou willen …Meer waarschijnlijk is het dat ik me bewust wordt van mijn wensen en verlangens, mijn communicatie en mezelf proberen in beweging te krijgen. Ik zal op mijn snufferd gaan, bloopers maken en tóch gaan klagen. Maar dat is juist het mooie, ik hoef niet te ‘slagen’. Mezelf bewust worden van mijn uitglijder, deze eens goed besnuffelen en met nieuwe moed weer verder gaan. Door ermee bezig te zijn wordt de wereld weer een beetje mooier! Dank jullie wel allemaal!

 

Update:

Dertig dagen geleden ging ik de uitdaging aan om ‘minder te klagen’. Ik schreef er al eerder hierboven over waarin ik onder andere zei: “Ik zal op mijn snufferd gaan, bloopers maken en tóch gaan klagen. Maar dat is juist het mooie, ik hoef niet te ‘slagen’. Mezelf bewust worden van mijn uitglijder, deze eens goed besnuffelen en met nieuwe moed weer verder gaan. Door ermee bezig te zijn wordt de wereld weer een beetje mooier!”

En wat was ik blij dat ik dat al van tevoren schreef! Want wat ben ik vaak onderuit gegaan. Ik heb zo ongelofelijk vaak op mijn tong gebeten als ik weer eens vermoeid na een lange dag geconfronteerd werd met ‘iets wat ook nog even mag gebeuren’, met pijnlijke knieën of andere lichamelijke ongemakken omdat mijn lijf nu ook eenmaal maar een lijf is, met klagende kinderen die echt nergens lang tevreden mee lijken te zijn en lange wachtrijen terwijl de school bijna uit is en je geen tijd hebt om ‘rustig te blijven’.

Wat goed om dan ‘rustig als toeschouwer’ jezelf en je situatie te kunnen bekijken en te bedenken dat dit pure weerstand is. Weerstand tegen dat wat is, tegen het leven zelf, weerstand tegen het NU wat niet zo mooi is als je je het NU had voorgesteld. Door me er bewust van te worden kon ik ineens deze maand ‘genieten van regendruppels op mijn hoofd’, ‘dankbaar zijn voor een juf die mijn dochtertje echt niet zomaar van het schoolplein af zal laten gaan zonder dat ze weet dat er iemand is die haar op komt halen, ook als dat wat langer duurt dan verwacht’ en kon ik genieten van de momenten waarop mijn lijf wel lekker voelde en ik meer vrijheid kreeg om te doen wat ik ook nog even moest doen.

Mijn Lief wist me gister te melden dat hij merkte dat ik ‘ermee bezig was’. Na mijn eerste daverende lachbui daarom besefte ik me dat hij gelijk heeft. De komende maanden ga ik zeker door om me hiervan bewust te zijn. Maar zoals met alle goede dingen in het leven weet ik ook dat er op een gegeven moment ‘gewenning’ op kan treden. Dus volgend jaar juni staat gewoon weer een maand ‘minder klagen’ op mijn programma.

En wat was het een mooie maand om samen met mensen te delen! Na de eerste positieve berichten ontstond rondom dag 20 ineens een omslagpunt waarbij men ging delen wanneer er tóch geklaagd was. Wat een prachtige opmerkingen want het geeft aan hoeveel het al had opgeleverd de weken ervoor. Wat doet dat nu met je…. minder klagen? Een impressie van een maand ‘proberen je bewust te zijn van je gedachten en minder te klagen’;

Facebook groep ’30 dagen minder klagen’

Een prachtige post vond ik deze “Wanneer ik me irriteer, merk ik dat het meestal is over iets wat al een verhaaltje is in mijn hoofd, of een boek of een encyclopedie.. Een overtuiging of een mening over iets dat al bestaat zeg maar.. Zo van.. kunnen de kids nu echt niet hun kamer altijd zelf opruimen.. Of kan de belastingdienst niet echt beter zijn best doen om het makkelijker te maken.. Ik weet dat kinderen niet met het behalen van hun zesde verjaardag op kamers kunnen en ik weet ook dat de belasting van alle Nederlanders bijhouden best een flinke klus is. Maar in mijn hoofd ga ik er dus blijkbaar vanuit dat alles overal perfect loopt en dat ik daar alleen maar tussendoor hoef te fladderen..” (waarschijnlijk omdat hij zo ongelofelijk herkenbaar voor me is). Eline ging met dit gegeven aan de slag en beschreef in enkele posts haar leerproces gedurende deze maand: In mijn hoofd wilde ik alweer beginnen te mopperen…maar iets weerhield me: Bewustzijn… Ik vroeg me af waarom ik zou mopperen en klagen? Waarom laat ik het niet gewoon gebeuren? Waarom wil dat alles precies zo verloopt? Wat als het anders loopt, mag dat? En, ik heb het losgelaten. Heerlijk! De tweede week schreef Eline ‘Ik vond het al heerlijk om mensen te bemoedigen. Maar, nu ik meedoe aan 30 dagen zonder klagen, merk ik dat ik steeds meer ideeën in mijn hoofd krijg om het klagen om te zetten in iets constructiefs. Net of er ruimte in mijn hoofd ontstaat…misschien door gebrek aan klagen, misschien doordat vernieuwende gedachten zo meer doorgang krijgen.. Het voelt in ieder geval geweldig! Dit ga ik vasthouden!’ om uiteindelijk in de laatste post te schrijven: ‘Momenteel gaat het me erg goed af om niet te klagen…zelfs niet in mijn hoofd! Er is een knop omgegaan bij mij die mijn ogen heeft geopend. En ik ga nu kiezen voor mezelf. Het mooie is dat het gevoel dat ik kan kiezen me nu zoveel geeft, dat ik geen reden meer heb om te klagen. ‪#‎blij‬’

Brigitte schrijft: ‘zou het komen door de vervolgstappen van deze challenge, waardoor ik minder jaag en niet klaag? Gisteren vielen een aantal puzzelstukjes op hun plaats. Mede door deze challenge heb ik meer ruimte om om me heen te kijken en ook dieper in mezelf te kijken’. En dat dieper in jezelf kijken deden meerdere mensen. Sommigen deelden het in de groep, enkelen waren er ‘voor zichzelf mee bezig’ en lazen enkel wat geschreven werd. Zoals bijvoorbeeld het proces van Mieke, die ons bijna dagelijks op de hoogte hield van haar proces. Sinds deze uitdaging aan de gang is ben ik duidelijker tegen mijn huisgenoten, schrijft ze ongeveer halverwege. Ik zeg wat ik vind ipv van geërgerd rond te lopen. En even later: Nu ik bewuster bezig ben met mijn reactie op de omstandigheden  merk ik ook beter op waar ik wél blij mee ben. Complimenten geven lukt niet als ik in de klaagstand zit, terwijl ik weer hoeveel leuker het is om te complimenteren ipv te klagen.

Complimenten geven is lastiger wanneer je in ‘klaagstand’ zit. Andersom geldt blijkbaar ook, als je ‘minder klaagt’ van binnen gebeurd er blijkbaar ook iets met je wat ‘aan de buitenkant’ zichtbaar is. Marjolijn beschreef enkele vragen die ze had gekregen van mensen in haar omgeving. Van “ben je afgevallen?” tot “ben je op vakantie geweest?” en zelfs “de kinderen slapen zeker goed de laatste tijd?” en hoewel ze allemaal ontkennend beantwoord mochten worden maakte het haar wél bewust van het feit dat mensen er blijkbaar de vinger er niet op kunnen leggen, maar ze er er dus blijkbaar wél ontspannen uitziet. Naar aanleiding van deze post van Marjolijn overdacht ook Dominika haar ervaringen. Ook zij kreeg positieve opmerkingen van de mensen om haar heen. Ze schreef erbij ‘zelf merk ik dat ik vaker lach en leuke dingen eerder zie. Zou dit komen door het negatieve steeds beter los te laten? Het voelt in elk geval goed!’

En nu verder…

We kunnen mensen, omstandigheden en situaties niet veranderen. We kunnen enkel proberen om ons eigen pad te bewandelen. En me daar bewust van zijn geeft ruimte, rust en een gevoel van kracht. Wat een heerlijke challenge afgelopen maand!

Omdat mijn vakantie op het punt staat te beginnen ga ik Juli omdopen tot de maand ‘minder social media’. Vanmorgen nog voor het opstaan pakte ik uit gewoonte mijn telefoon, checkte mail en Facebook en bedacht me toen dat er een nieuwe maand ingegaan was. Dat dit ‘dus’ niet meer de bedoeling was. Ik drukte mijn telefoon uit, zonder te klagen – dat dan weer wel – en bedacht me dat ik komende maand veel zou gaan leren. Over irritatie, jezelf iets ontzeggen en waarschijnlijk nog veel – veel meer. Mooi dat zoiets kleins als een maanduitdaging je zoveel kan brengen..!

Je kunt het al helemaal zelf…

Je weet dat het eens gaat gebeuren.
Als je zwanger bent word je al gewaarschuwd: ‘pas op met wat je zegt, ooit hoor je jezelf terug.
Tot op heden vond ik het nog redelijk meevallen….

Vandaag ging ik met mijn dochter de kamer opruimen.
Ze keek me aan en vroeg of ze heel even naar boven mocht lopen.
Omdat ik dacht dat ze haar radiootje ging halen en ik muziek wel gezellig vond zei ik ‘ja’.

Een minuut later kwam er een koppie de deur om.
Ik zat op dat moment met mijn billen in hun speelhuisje.
Oooo… mama! Hoorde ik haar verrukt uitroepen, terwijl haar staartjes heen en weer dansten.

“Wat goed, je kunt het al helemaal zelf!”
En terwijl ze zich omdraaide hoorde ik nog mooi zeggen,
‘fijn, dan hoef ik je daar niet meer mee te helpen in de toekomst’……

Oma, mijn zusje is niet lui hoor…

Twee tienminuten gesprekken op één dag. Als leraar is dat wellicht niet veel, als ouder gaat het me niet in de koude kleren zitten. Twee kinderen waarvan ik thuis merk dat ze veel meer kunnen dan ze in de klas laten zien. Gelukkig kon de meester van mijn oudste ook zien dat dit zo was dus daar hadden we een constructief gesprek over ‘op welke manier we hem het beste kunnen motiveren’. Bij mijn dochter was het in eerste instantie een ander verhaal.

Ons dametje, net 4 jaar geworden, vindt het heerlijk om nog af en toe geholpen te worden. Hulp bij aankleden, eten of naar de wc gaan. Voor ons een vanzelfsprekende zaak dat we hier al ruim een jaar niet meer aan meedoen. Maar soms, als ze bijvoorbeeld bij opa en oma is, geniet ze van de extra aandacht die ze krijgt als ze vraagt om deze hulp.

Op school had ik in het kennismakingsgesprek natuurlijk aangegeven wat ze allemaal kon. Ik viel dan ook stijl achterover toen ik woensdag in het gesprek (na ruim 6 weken op school) een lijst onder ogen kreeg met alles wat mijn dochter in hun ogen niet kon. Ik zuchtte, hij ontschoot me. Het verschil tussen kunnen en doen was enorm….

Thuisgekomen herhaalde ik het gesprek wat ik had met de leerkracht tegen mijn moeder. Zij knikte van herkenning. Keek liefdevol haar kleindochter aan en zei ‘ja, jij bent soms ook gewoon een beetje lui hè?’ Nog voordat ik een opmerking hierover kon maken corrigeerde mijn zoon haar al ‘nee hoor oma, ze is helemaal niet lui. Ze wil gewoon af en toe extra aandacht.’ En terwijl mijn hart zich vulde met trots voegde hij er nog snel aan toe ‘En dat is iets héél anders’.

Intuitie is de vonk en jij levert het brandhout zodat het vuur kan ontvlammen

De omschrijving van ‘mijn ideale man” lag al een tijdje te wachten tot iemand er aan zou voldoen toen mijn vriendin, met wie ik het lijstje gemaakt had, er eens naar vroeg. Het was een warme, lome zomerdag en we zaten op een terrasje. De tassen als trofeeën na een lange dag winkelen om ons heen gestapeld.  ‘Xandra’, zo begon ze, ‘wanneer ga je jouw liefde van je leven nu eigenlijk ontmoeten?’ De vraag overviel me en toch gaf ik zonder nadenken direct antwoord. “Met kerst’ zei ik haar. Ik glimlachte en nam een slok van mijn cappuccino. Het voelde bijna alsof ik mezelf speelruimte had gegeven. Kerst was nog heel erg ver weg. Tijd genoeg om nog gewoon te blijven doen wat ik altijd deed en te genieten van mijn leven. ‘Met kerst’ voelde veilig. Het voelde ver weg. Het voelde ook als een liefdevolle warme tijd waarbij ik graag in een knusse omgeving die fijne man zou gaan ontmoeten. ‘Met kerst’ voelde als een all-you-need-is-love aflevering speciaal voor mij ontworpen. Ik glimlachte voldaan om mijn eigen antwoord en wist het gesprek snel weer op een ander onderwerp te brengen. Continue reading

Luisteren naar je intuitie

Zaterdagmorgen keek ik naar een video waarin de volgende vragen gesteld werden: ‘wat is je intuïtie eigenlijk? Wat is intuïtie voor jou? Wat zegt je intuïtie daarover?’ En wat gebeurt er wanneer je helemaal in contact bent met jouw intuïtie? Op het moment dat ik ze aan mezelf ging stellen gingen mijn gedachten gelijk terug naar enkele jaren geleden. Ik was mijn twitter bio aan het veranderen en had erin gezet dat ik een ‘inspirator’ was. Of ik het intuïtief had gedaan vanuit een wens dit te zijn of dat ik het ‘had gezien bij anderen’ en onbewust nadeed weet ik eerlijk gezegd niet. Wel herinner ik me wat daarna gebeurde. Mijn Lief keek namelijk op exact dat moment naar wat ik aan het doen was. Ik gaf korte uitleg en las mijn nieuwe omschrijving voor.

Hij keek me aan, gooide zijn hoofd in zijn nek. Zei hardop ‘you wish!’ en had een paar momenten ongelofelijk veel lol. Hij schaterlachte zoals alleen hij kan doen en zei vervolgens pijnlijk eerlijk maar met liefde in zijn stem ‘lieve schat, je bent heel erg veel maar een inspiratie voor anderen ben je nog lang niet hoor. Daarvoor is meer nodig dan thuis op de bank zitten’. Ik viel stil. Hoorde wat hij zei en wist dat ik alleen maar kon voelen wat het met me deed. Voelen welke krater hij met zijn woorden leek te slaan. Voelen hoe mijn ego onder me vandaan klapte en ik in de modderpoel onder me verdween.

Ik proefde zijn woorden, bitterzoet, maar ook met een vleugje verlangen. Ik wist dat wanneer ik wel een inspiratie voor anderen zou (willen) zijn in de toekomst hij me die ruimte zou geven. Aan hem lag het niet. Maar toch voelde ik een diepe weerstand in me opkomen. Ik wilde in het licht gaan staan om anderen te laten zien dat zij het ook kunnen. Uitleg geven over hoe dat dan te doen, aan de hand van mijn eigen ervaringen. Ik wilde een groep mensen samenbrengen om verbondenheid te voelen en goede gesprekken te voeren. Ik wilde een ‘kamp-sfeer’ creëren waarbij je mag aanschuiven in je oudste kleren en mee mag doen met welke activiteit je ook maar wilt. Ik wilde een gemeenschap creëren waarin je leert en je lessen weer doorgeeft aan anderen. Ik wilde de alledaagsheid van pannenkoeken, de spiritualiteit van een sereen klooster en het warme gevoel van een kampvuur bijeen gaan brengen. Dát was mijn droom. Daar mochten mensen weer mens worden onder anderen. Fouten maken, op hun bek gaan, zien dat anderen ook opkrabbelen, leren vanuit verwondering in plaats van ‘omdat het zo werkt’ en voelen hoe mooi het leven kan zijn als we er zo mee omgaan.

En tegelijkertijd voelde ik de enorme grootsheid van dit toekomstbeeld. Het overweldigde me. Verlamde me. En ik voelde dat mijn Lief daardoor gelijk had. Ja ik wilde in mijn hart wel een fysieke plek creëren waar mensen bijeen komen voor groei en ontwikkeling, mensen samenbrengen, verbinding laten ervaren en de wereld een mooiere plek maken. Maar ik wilde dat inderdaad doen vanaf de veiligheid van mijn eigen bank. Mijn lief had gelijk destijds. Ergens voelde ik mijn grootste wens en de diepste weerstand die ik kon voelen samenkomen. Ze grepen in elkaar vast. Versmolten totdat ik niet meer zag waar het ene begon en het andere eindigde.

En ik besefte dat ik dit niet voor het eerst voelde. Ze komen vaak hand in hand tevoorschijn. Meer intuïtie durven voelen staat vrijwel gelijk aan meer weerstand voelen, althans, zo werkt het bij mij. Het is me eerder opgevallen…

Waar intuïtie is, is weerstand

In het klein is mijn intuïtie het gevoel ‘ja dit klopt’. Dat voelde ik vroeger als kind heel sterk. Ik weet nog dat ik onze hond aan het zoeken was. Hij was een uur ervoor weggelopen en ik stapte op mijn fiets op zoek naar hem. Na een minuut of tien dacht ik ‘dit gaat niet werken. Ik moet hem niet zoeken, ik moet hem vinden. Dus waar kan ik hem vinden?’ Ik voelde hoe ik de straten doorging, een keer linksaf een andere keer rechts. net waar mijn gevoel zei dat het goed was. En op een gegeven moment voelde ik dat ik moest stoppen. Ik zag niets maar luisterde naar mijn gevoel. Daar stond ik, midden op straat. In stilte, want ik had nog niet gevoeld dat ik iets anders mocht doen. Tot ik de aandrang kreeg om mijn hoofd te draaien en ik over mijn linkerschouder keek en zag hoe Speedy met de staart tussen de benen schuldig naar me toe kwam lopen. Kruipen eerder… Maar mijn hart sprong over. Zo blij als ik was hem te zien en dat het luisteren naar mijn gevoel gewerkt had. Door mijn enthousiaste reactie leek er iets van mijn hond af te vallen en al kwispelend kwam hij aanlopen, liet zich door me aaien en vastmaken aan de riem. Terug naar huis voel ik ‘dat ik het niemand mag vertellen’. Dit is niet echt gebeurd. Ik kan dit niet echt. Dit ‘soort dingen’ is eng. Ik besluit er verder mijn mond over te houden…

Jaren later zat ik in een café. Mijn vriendin vroeg me, verdrietig als ik nog was omdat mijn vorige relatie uit gegaan was, wat ik dan eigenlijk wilde in een man. Ik lachte wat schaapachtig en wilde beginnen over lief en dat hij me het gevoel zou geven dat hij me fantastisch vond toen ze me tegenhield. ‘Nee, zei ze. Dat bedoel ik niet’. Wat voor soort man is het? Waar houdt hij van? Wat geeft hem energie? Hoe maakt hij zijn keuzes? En wat kan hij in jou tolereren op zo’n manier dat het bijna waarderen voelt?’ Ik lachte wat schaapachtig en bedacht me dat ik twee keuzes had ‘ik kon óf zeggen dat ik hier geen zin in had óf proberen wat diepers uit me te persen dan ik normaal zou hebben gedaan.’ Eerlijk naar mezelf kijken en zaken ‘bestellen’ in plaats van wachten wat me overkomt. (ik had net wat van die boeken gelezen, en hoewel ik niet geloofde in bestellen bij het universum zat het woordgebruik wel in mijn hoofd). Dus ik besloot mijn nieuwe Lief te gaan bestellen. Ik droomde en voelde en mijn vriendin schreef het een en ander voor me op zodat ik het kon onthouden. Servetje na servetje werd volgeschreven. het profiel van mijn ideale man werd steeds concreter.

Mijn ideale man is warm, lief en zorgzaam. Hij zorgt goed voor zichzelf, zit liever in de sauna dan in de kroeg en houdt van wandelen. Hij vindt het leuk om op vakantie te gaan en dan het liefst zich te mengen met de (plaatselijke) bevolking en daar ook te eten of te slapen. Hij luistert af en toe naar klassieke muziek, maar houdt ook van dansen en doet aan yoga/meditatie of andere zelfbewustzijnsvormen. Hij vindt het leuk om met me mee te gaan naar een eigentijds festival en steunt mijn werk (spiritueel en coaching). Zijn vrienden zijn mijn vrienden. Vanaf het eerste moment voelt het als thuiskomen. Ik mag er zijn!!

Tot zover had ik ook echt het gevoel dat ik een fijne man aan het omschrijven was. Een leuke vent, die er waarschijnlijk prima uitzag en waar ik een goed leven mee kon leven. Een man die gevoelig was, van rust en natuur hield en echte gesprekken. Kom maar op! Maar mijn vriendin ging door met vragen. Ze wilde meer weten. Hoe ziet hij eruit? Vroeg ze op een gegeven moment. Het plaatje wat in me opkwam was van een kale/kalende man met twee kinderen. Maar omdat ik geloofde dat het nooit zo specifiek kon en ik mogelijk was afgeleid door de twee kale mannen die zojuist het café in waren komen lopen zei ik tegen haar; “Hij heeft lange benen en laat deze door zijn kleding goed uitkomen“. Dat dit meer gestoeld was op de mode van toen, met van die lange strepenbroeken en ik niemand kende die dat droeg maar ik het wel waardeerde gaf mijn eerste laag weerstand aan.

Maar we waren er nog niet. Want in mijn achterhoofd ontstond toen ik op wilde schrijven ‘hij kan plezier maken’, de gedachte: ‘hij houdt van K3’. Gelijk schudde ik mijn hoofd in ontkenning. ‘Wat is er?’ hoorde ik mijn vriendin vragen vanaf de andere kant van de tafel. ‘Nee, niets, zei ik. Ik ga even naar de wc. Dan gaan we zo weer door’. En ik stond op. Mezelf een pauze gunnende om mijn gedachten te ordenen.

‘Xandra, luister, dat gaat niet.’zo sprak ik mezelf op het toilet aangekomen direct toe. ‘Er zijn geen mannen die van K3 houden. Sterker nog, jij houdt niet eens zo erg van K3 dus waarom gooi je dit erin? Waarom is dit belangrijk?’ De stem in mijn hoofd klonk lichtelijk dominant. Het zacht gefluisterde antwoord kwam gelijk daarna; ‘omdat het dan niet mogelijk is… ‘

Ik bekeek mezelf in de spiegel. Een jonge vrouw die zichtbaar even uit het lood was geslagen. ‘Zie je wel’, zo dacht ik. ‘Die man is niet mogelijk. Hij bestaat niet. Er is geen ‘passende’ man voor mij. Dromen zijn mooi, de werkelijkheid is harder. Dan kan ik later zeggen dat ik heel lang naar die man heb lopen zoeken maar op een gegeven moment wist ‘dat het er niet in zit”.

Mijn eigen eerlijkheid verbaasde me. Hoe was het mogelijk dat ik, terwijl ik zo goed voelde wat volledig bij me hoorde, een uitweg nodig had om mezelf te saboteren? Ik voelde even een weemoedige steek door me heen trekken en besloot om deze gedachte voor mezelf te houden en de milde versie door mijn vriendin op te laten schrijven. Opgelucht haalde ik adem. Daar ben ik mooi vanaf gekomen….

Hij heeft humor, houdt van “kinderdingen” zoals Winnie de Pooh en Euro-Disney en staat hartstochtelijk in het leven. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, zeker in zijn eten. Hij houdt van nieuwe dingen en eet regelmatig vegetarisch en houdt ervan mijn te verwennen. Oja, en hij kan goed koken. Hij houdt van kinderen en zal een goede, zorgzame en toegewijde vader zijn. Familie is voor hem erg belangrijk en hij is graag met anderen/dierbaren maar alleen als hij hiervoor de rust in zichzelf heeft gevonden. Hij weet wat hij wil en gaat er ook voor en moedigt mij aan dit ook te doen. Hij maakt mijn dromen waar!

Je intuïtie herbergt een bron aan ongekende mogelijkheden

Met een mooie lijst (die dus voor mijn gevoel in werkelijkheid helemaal niet mogelijk was!) rijd ik later in de auto naar huis. Bijna thuis aangekomen wil ik een rotonde oprijden en hoor ineens een waarschuwende stem in mijn hoofd ‘Xandra, let op!’. Met een indringendheid dat ik er wel naar moet luisteren laat ik het gas los en kijk om me heen. Waarom waarschuwt mijn intuïtie mij? Wat is er aan de hand, zo vraag ik me af? Rechts van me zie ik twee jongens aankomen. ‘Ah’…, denk ik, ‘dat zal het geweest zijn. Als zij zonder licht op hun fiets de rotonde vervolgd hadden en ik was rechts er weer afgegaan dan hadden we een ongeluk gehad. Goed dat ik luisterde en afremde’. Ik had het nog niet gedacht of ik zag dat de heren naar rechts gingen. Direct vervloekte ik mijn intuïtie en gaf mezelf op mijn donder. De jongens gingen helemaal niet naar links. Dus een ongeluk zou het nooit geworden zijn! Waarom had ik mezelf dan gewaarschuwd? Pfff… wat een onzin toch weer. Het was maar goed dat ik bijna naar bed kon.

Vijftig meter verder zette ik mijn auto aan de kant. Ik stapte uit en direct merkte ik dat de jongens voorbij mijn auto zouden fietsen. Net op tijd kon ik mezelf tegen de auto drukken zodat ze me niet raakten. Het leek of ze me niet zagen, zo druk waren ze aan het lachen en praten met elkaar. De achterste was het leukste. ‘Wat een lekker ding’ schoot er door me heen. Een glimlach borrelde in me op. Wat een ontspannende gedachte te weten dat ik dit nu bij iedereen kon denken zonder dat ik me druk hoefde te maken of ‘het wellicht de ware’ was. Die bestonden immers niet. Mannen die van K3 houden… die zijn er niet. Ze waren nog maar een krappe meter bij me verwijderd toen de achterste ineens zei ‘let op’… en nog voordat ik adem kon halen of me kon bedenken waarvan hij vond dat zijn vriend ‘op moest letten’ zetten hij keihard het volgende refrein in…

hocus pocus iedereen kan toveren
hocus pocus iedereen kan toveren
nee je hoeft geen tovenaar of fee te zijn
of een leerling van Merlijn
hocus pocus iedereen kan toveren
hocus pocus iedereen kan toveren
met een mooie glimlach of een lief gebaar
worden al jouw dromen waar…

Verbijsterd bleef ik achter. Ik stond daar, tegen mijn auto aan gedrukt. Met het zojuist gezongen nummer van K3 in mijn hoofd dat nog nadreunde en me liet realiseren dat er veel meer mogelijk is dan ik denk dat er is. Na een halve minuut besloot ik naar boven te gaan en eenmaal in mijn appartementje gekomen schreef ik de zinnen uit die ik eerder in het cafeetje had opgeschreven over in mijn dagboek met de titel ‘Mijn ideale man”. Ik besloot dat hij bestond. Dat ik hem tegen het lijf zou gaan lopen. En ik besloot dat ik het ‘nu even zou laten voor wat het is’. Dat ik ook mocht zeggen dat ik later zou nadenken over de vraag hoe ik de kans dat ik hem tegen zou komen zou kunnen vergroten. Ik klapte mijn dagboek dicht en deed mijn lamp uit. Nog altijd verbijsterd over de mogelijkheden van het universum…

Lees hier het vervolg

Niet durven, toch doen!

Afgelopen week aan de telefoon sprak ik met iemand die het zich niet voor kon stellen dat ik gevoelens van angst ervaar. Dat ik, en alle mensen, naar wie zij opkijkt, deze ervaringen hebben schudde aan de werkelijkheid van haar bestaan. En toch is het echt zo! Psychologe Susan Jeffers legt in haar boeken uit hoe dit werkt en in onderstaand artikel geef ik een korte samenvatting hiervan.

In onze maatschappij zijn we bang voor veranderingen, om stil te blijven staan, we zijn bang voor succes, we zijn bang om te mislukken. We zijn bang om te sterven om oud te worden en paradoxaal genoeg ook om te leven! Hoewel het onvermogen om angsten te overwinnen een psychologisch probleem lijkt te zijn heb ik gemerkt dat dit in de meeste gevallen niets is. Voor iedereen die dacht ‘wat is er toch mis met mij’ is dit wellicht al een opluchting.

Maar wat is het dan wel?
Eigenlijk is het vrij simpel; als wij ons op nieuw terrein wagen of de wereld op een nieuwe manier tegemoet treden, voelen wij angst dit gevoel geeft ons aan dat we iets nog niet volledig beheersen en dat we nieuwe ervaringen opdoen. Het heeft dus niet zo veel te maken met ‘ik vind het eng en dus doe ik het niet’. Het is eerder dat je angst voelt en het tóch doet!

Het heeft geen zin te wachten tot de angst over gaat. 
Dat gebeurt namelijk niet. Je kunt beter je leven in eigen hand nemen, gewoon doorgaan en nieuwe dingen leren en de waarheid over angst te ontdekken…..

Het is namelijk zo dat angst voor nieuwe dingen altijd zal bestaan. Dus zolang we ons blijven ontwikkelen, blijven ontplooien, zolang we nieuwe dingen blijven doen, zolang we in het ‘leerproces zitten’, zal dit gepaard gaan met gevoelens van angst en onrust. Iedereen die zich op nieuw terrein begeeft vind dit eng! Niet alleen jij hebt die gevoelens, maar iedereen om je heen, en ook iedereen tegen wie je opkijkt heeft deze gevoelens. Gelukkig zijn er steeds meer mensen in de wereld die hun kwetsbaarheid durven te tonen en je daarmee tot voorbeeld durven zijn ten aanzien van dit punt!

Als iedereen angst voelt bij aanvang van iets nieuws in zijn/haar leven, en zoveel mensen ondanks die angst ‘doen wat ze moeten den’, dan is er maar één conclusie mogelijk, namelijk: angst is het probleem niet! 

Maar wat dan wel? 
Als we verder kijken naar angst dan zien we dat ‘hoe hulpelozer we ons voelen’, des te intenser we onbewust bezig zijn met de ‘wat als’ gedachten. Om uiteindelijk het hoofd te bieden aan deze angst is minder griezelig dan dag in dag uit rondlopen met een gevoel van hulpeloosheid. Angst is dus gekoppeld aan de keuze of je je machteloos en hulpeloos wilt voelen of dat je in je kracht gaat staan. Daarmee is angst een uitnodiging geworden! Een uitnodiging om te laten zien welke macht je hebt in/over je eigen leven.

De enige manier om van angst af te komen is dus ook om ‘het te doen’.
Dat wil zeggen dat de angst verminderd of verdwijnt zodra we hetgeen we eerst eng vonden onder de knie hebben gekregen. De enige manier om beter over jezelf te gaan denken is te doen waar je zo bang voor bent. Dat is ook de reden dat ik in mijn workshops zoveel oefeningen de. Omdat dit de enige manier is die werkt!

En jij? Waar kies jij voor?
Blijf je in je angst geloven of kies je ervoor om aan de slag te gaan?

1 2 3 11