Category Archives for Privé

Wat zegt een sterretje nu helemaal…

Wat zegt zo’n sterretje nou helemaal..?

Hè, wat is dat nou?
Een slechte beoordeling op mijn facebook pagina?
Wie is dat geweest?

Joh, Xandra. Doe ff relaxed ja.
Het is maar een sterretje.
Wat zegt dat nou?

Ja, dat zegt dus heel veel.
Maar 1 van de 5 sterren
Dat betekent dat iemand ontevreden was.

Echt waar?
Weet je dat zeker?

Nou nee…
Misschien weet iemand niet hoe die sterren werken
In dat geval was dit al een gul gebaar.

En dat geloof je?

Nee, túúrlijk niet.
Ik denk dat iemand me te kakken probeert te zetten.

Ha mooi. nu gaat het tenminste ergens over.
En dat wil jij…
uitgerekend jij…
na al die ‘de moed om te falen’ dingen van je dus niet hebben?

Nou nee, eigenlijk nog steeds niet. Tsja, weet je,
ik zat al weken te bedenken dat ik misschien
een quasi terloopse opmerking op Facebook kon maken
dat ik nu ook recensies kan ontvangen op mijn pagina.
Maar dat vond ik zo ongelofelijk complimentjes hengelen.
Dus dat heb ik maar niet gedaan.

En nu baal je?!

Ja, behoorlijk.

Lekker toch?

*Sjee, je bent wel echt een rotstem in mijn hoofd…*
Nee, ik wil dit gevoel niet.
Sterker nog. Ik ga nu degene mailen die me deze beoordeling heeft gegeven!

….

En? Heeft ze het verandert?

Nee.
Ik heb wel geleerd dat er nog meer redenen konden zijn waardoor er 1 ster verschijnt.
Die ster heeft niks te maken met een beoordeling.
Maar dat verandert niks aan de zaak.

Je geeft dus nog altijd om de mening van anderen….

Ja

En de mening van anderen over de mening van anderen

Au, ja die ook

Niet iedereen laat zich zo beinvloeden als jij hoor!

K****stem, nu ben ik klaar met je.
Hou je mond maar weer even!

……

*bulderende reactie*
Xandra, zie ik je nu Facebook vragen om die recensie weg te halen?
Je bent echt té erg!

Betrapt.
Ik weet het.
Mán wat baal ik van mezelf!

……

Xandra, wat ben je nu weer aan het doen?

Bemoei je er niet mee!
Dit is een supergoede vriendin.
Ik kan haar best vragen om mij te helpen.
Dat wil ze vast wel!

*glimlachende reactie*
Xandra, je boft maar met zo’n vriendin.
Niet iedereen zou je helpen door te durven weigeren
er een 5 sterren reactie tegenover te zetten.

*pruttelt*
Wat je maar lief vind. Ik zit ermee.
En ik wil ervan af.
Van dit gevoel…
Ik ga nu een blog schrijven

Moet je doen…
dan ga je je vast afvragen of je daarmee
niet alsnog enkele positieve reacties op weet te wekken.

grmbl… je kent me te goed.
De enige reden om het niet te doen
is omdat ik niemand met een schuldgevoel wil opzadelen.

Dan lezen ze niet goed.
Alles wat hierboven staat, daar kun je alleen maar beter van worden en van leren.

Ja, dat weet ik wel,
maar dat weten zij wellicht niet..

Ik zou ze niet onderschatten Xandra,
wie weet doorzien ze de wijze les die hier voor jou op het oprapen ligt.
Maak jij je eens niet zo druk en geniet van je sterretje….
Wie weet, krijg je nog wel twintig van die 1-uit-5 beoordelingen
Dát zou pas een mooie les zijn..!

Als ze dat doen, dan…
echt waar hoor…
dan zet ik mijn resensie mogelijkheid gewoon weer uit.
Ha!

trots op jezelf nu?

Nee!
Oké, als ze dat doen
en ik heb er wat van geleerd
dan laat ik het staan
en dan schrijf ik daar weer een blog over.
Eentje over trots denk ik…

Ik ben nu al trots op je!

I Know, dank je. Ik ook op mezelf.
Samen komen we er wel.
Dank meewerkende gremlin.
Dank 1-ster-gevende-recensent!

Eindelijk naar school!

“En dan is je verjaardag voorbij, je bent nu 4 geworden. ‘Eindelijk, na zo lang wachten, mag je naar school. lees ik in de eerste zinnen van de blog van Dorien Kok. Ik lees verder en dwaal al snel af

Nu mag je echt meedoen.
Vanaf vandaag hoor je erbij.
Je hebt er echt zin in.”

In de klas kijk je eens rond terwijl je in een kring zit met 27 anderen. De juf heeft het druk met een verhaal dat ze aan het vertellen is. Ze wijst 2 kinderen aan die haar mogen assisteren en ze laat een kindje waarvan je de naam nog niet weet naar de wc gaan. Je billen worden hard. Je bedenkt, al zittend daar in die kring, dat je eigen mama veel leuker voorlas.

Zij stelde tenminste nog vragen aan jou, die je dan gelijk kon beantwoorden. Hier wordt het aan de groep gevraagd. Bij de eerste vraag leerde je dat je dan je vinger op schijnt te moeten steken. Bij de tweede vraag leerde je dat de kans 1 op 28 is dat je ‘de beurt’ krijgt. De les die je uit beide vragen leerde was dat het willen beantwoorden van de vraag voornamelijk verspilde moeite is.

De klas ziet er vrolijk uit. Slingers, posters, kaartjes met foto’s, een speelhoek en een kast vol spulletjes. Gedurende de dag merk je dat de juf zo’n uur bezig is met opruimen, zorgen dat andere kinderen gaan opruimen en ‘het gezellig houden’. Liever had je een gesprekje met de juf, maar daar had ze geen tijd voor. Zelfs in de pauze zei ze ‘ga maar lekker met de anderen spelen’.

In de klas zitten kinderen die opscheppen. Karel heeft al twee losse tanden. Bert kan lezen. En Monique heeft thuis vele mooiere poppen dan ze hier op school hebben. Je wordt een beetje stil. De juf merkt het op. Ze haalt je even dichtbij zich en vraagt wat er met jou is. ‘Niks’, zeg je. En dat meen je. Want je hebt nou eenmaal echt ‘niks’ beter dan al die anderen.

Je vraagt je af waarom de anderen doen wat ze doen. En omdat je er geen reden voor kunt bedenken doe je iedereen maar na. Je wilt immers geen flaters begaan op je eerste schooldag. Dat nadoen gaat je behoorlijk goed af. Maar toch bedenk je je soms waarom al die anderen er zo vrolijk bij kijken en het echt leuk schijnen te vinden. En jij? Jij wilde alleen maar meedoen, erbij horen.

 

Die eerste schooldag… Je had er echt zin in!

mag ik de leidinggevende zijn die ik wil zijn? of ehhh ben?

In mijn eerdere blog vertelde ik over mijn keuzeproces. Want door ‘ja’ te zeggen tegen een hele mooie nieuwe uitdaging zou ik ook andere zaken af mogen gaan zeggen. Hoewel mijn eigen praktijk blijft bestaan zullen mijn afspraken enkel aan het einde van de week gepland mogen gaan worden. De geluksroute in Wijchen (die begin september gehouden zou worden, omdat ik enkele maanden geleden het gevoel had dat ik begin september een feest te vieren had) wordt uitgesteld naar het voorjaar 2015. En dan nog kan het enkel doorgaan wanneer er een aantal mede-organisatoren het mee op gaan pakken. En mijn uitverkochte ‘eerlijk-delen’avonden werden afgezegd. Helaas dus geen gezellige deelavonden met kwetsbaarheid-op-het-hoogste-niveau.

Daarvoor in de plaats komt de uitdaging om Feniks Talent b.v. te gaan leiden, zodat hoogbegaafde drop-outs een plek krijgen om weer goed in hun vel en goed tot hun recht te gaan komen.

Een uitdaging waar ik -ondanks dat hij inhoudelijk op mijn lijf geschreven lijkt – wel even over na heb mogen denken. Een uitdaging als deze impliceert dat ik mensen aan mag gaan sturen in een proces waarvan zij inhoudelijk en procedureel beter op de hoogte zijn en zullen blijven. Ik zal er bovendien niet de hele week zijn en het gevoel wat een part-timer kan ervaren ‘ik mis zoveel als ik er niet ben’ kan ook mij ten deel vallen. Daarnaast zitten we met passend onderwijs en transitie jeugdzorg in een tijd waarbij we als organisatie dan wel hard nodig zijn, maar waarvoor weinig instanties gemakkelijk hun beurs opentrekken. En toch zal er een oplossing gevonden mogen worden willen we op langere termijn nog bestaan. Anders vergaat het eenzelfde lot als het Centrum van Creatief Leren, waar Feniks de opvolger van is.

Maar nóg meer dan de vorm raakt mij de persoonlijke uitnodiging achter de taak. Gisteravond, tijdens het kampvuur werd dit zo treffend verwoord door één van mijn nieuwe medewerkers: ‘Xandra, mag jij van jezelf de directrice zijn die je bent? Los van ‘hoe een leidinggevende zou horen te zijn?’

In mijn workshop ‘de Moed om te Falen’ hebben we het vaak over dit proces. In verschillende bewoordingen komt ‘jezelf durven zijn’ aan de orde. Niet hoe het hoort, wel hoe je bent. Met alle fouten, onzekerheden en in volledige openheid.

Het is nu aan mij om het, op nieuw terrein, te gaan laten zien. Misschien werd dát wel bedoeld toen ik in mijn agenda schreef ‘week 34… kwetsbaarheid op het hoogste niveau.

Bloemkolenverstand

Mijn blog ‘ze moeten ons gewoon niet’ riep nogal wat op bij mensen. Ongelofelijk hoeveel reacties ik kreeg op mijn blog, via mijn site, facebook, twitter, de mail en telefonisch. In alle reacties die ik las en hoorde merkte ik het verschil hoe mensen omgingen met de boodschap die ze kregen. In mijn onderzoek afgelopen jaren naar zelfbewuste emoties kwam ik op een gegeven moment via Brene Brown ook het verschil tussen schaamte en vernedering tegen.

Krijgt een kind een onvoldoende op een toets en zegt de docent; 
“je bent nog te dom om je naam goed te schrijven’”
dan kan een kind dat geloven … of niet! En daár zit hem het verschil!

Als een kind dit niet vindt van zichzelf, deze boodschap dus niet geloofd en het dus niet terecht vindt dan zal het zich vernederd voelen. Dan komt zo’n kind thuis met de boodschap dat de docent gemeen is geweest. Zo’n kind is boos, voelt zich onrecht aangedaan. Er is een drive, een wil om het tegendeel te bewijzen. En wellicht is er een enorm verdriet. Maar in dit geval kan ‘ermee gedeald worden’.

Als dit kind zou geloven dat het inderdaad dom is en daarna deze boodschap krijgt dan is het enkel een bevestiging van wat het al weet. Komt het kind dan thuis dan zal het vanuit schaamte niets vertellen. Er ís namelijk niets te vertellen. Die docent heeft immers enkel uitgesproken wat dit kind al eerder tegen zichzelf had gezegd. Dit kind houdt zijn mond dus dicht. Deze reactie is veel gevaarlijker en schadelijker voor de toekomst van het kind, maar veel moeilijker om ooit te ontdekken als ouder.

Deze theoretische uitleg maakte dat ik ook mijn eigen geschiedenis onder de loep nam. Ook ik heb het een en ander te horen gekregen van mijn docenten. Soms goed bedoeld, om mij verder te helpen. Soms om mij aan te geven ‘dat ik iets niet kon, er niet geschikt voor was en mij over te halen om een andere beroepsrichting te kiezen’. En in een enkel geval heb ook ik een vernederende ervaring gehad. Zoals in mijn onderstaande blog te lezen is. Dat ik echter, door me voor te nemen mijn leerlingen nooit te vernederen wellicht ook hun toekomst gekleurd heb is echter nooit eerder in me opgekomen….

Bloemkolenverstand
Ik heb het… bloemkolenverstand. Of in ieder geval had ik het. In de vierde klas van de Havo was het een begrip dat regelmatig gebruikt werd om mijn algehele rekenvaardigheden weer te geven. Ik had, volgens mijn natuurkunde docent, net voldoende intelligentie om – uit mijn hoofd- de prijs van twee bloemkolen bij elkaar op te tellen.

Het deed pijn, vreselijk veel pijn, die opmerking van meester Jan. Maar het maakte ook dat ik wilde laten zien dat ik het wel kon. Urenlang zuchtend en zwoegend boven de materie van vectoren, middelpunt vliedende krachten en onbegrijpelijke formules. De ene 4 na de andere halend. Met mazzel kwam er af en toe een 6 voorbij, maar voordat mijn blijdschap de overhand nam wist meester Jan het direct de kop in te drukken. Hij keek dan de klas in, mijn toets in zijn hand. Zuchtte eens diep, schudde zijn hoofd van links naar rechts en weer terug, en zei met zangerige stem ‘jongens, als zelfs bloemkolenverstand hiervoor een voldoende weet te scoren dan is het dus duidelijk veel te gemakkelijk geweest.

Met het eindexamen in zicht en een 5,4 als gemiddelde was het ‘erop of eronder’ voor mij. Het was een warme zomer en ik herinner me hoe ik in mijn zomerjurkje en met blote voeten buiten in het gras lag te leren. Vastberaden om mijn examen te behalen ploeterde ik opnieuw al mijn boeken door. En daar waar ik voorheen niet snapte hoe alles werkte, kon ik nu niet meer begrijpen hoe ik het niet had kunnen zien. Alles was terug te voeren op enkele formules, dus zolang ik me die herinnerde en bovenaan mijn blad schreef kon ik elke opgave gemakkelijk herleiden. De toets leek en bleek een makkie.
En zo geschiedde dat mijn naam werd omgeroepen tijdens de diploma-uitreiking en meester Jan klaar stond bovenaan de trap van het podium om me te feliciteren. Hij fluisterde me zachtjes toe ‘wist je dat je het hoogste cijfer van de school hebt?’ Ik schudde mijn hoofd, die informatie was me nog niet bekend. Ik gloeide van trots. ‘Het is echt zo. Zal ik het zeggen?’ vroeg hij zachtjes, zijn microfoon achter zijn rug houdend zodat de zaal ons gesprek niet kon volgen. Ik keek hem aan en waar de woorden vandaan kwamen weet ik niet , maar ik zei ‘tuurlijk mag dat. Zeg je er ook even mijn koosnaampje bij?’

Heel raar… maar hij deed het niet, hij noemde enkel mijn naam en het feit dat ik geslaagd was en daarmee bleef bloemkolenverstand ‘ons geheim’. Maar ik was trots. Niet zozeer op mijn resultaat, hoewel dat natuurlijk prachtig was. Maar met name op mijn doorzettingsvermogen en het feit dat ik koos het positieve in mezelf te geloven.

Toen ik, na een Hoger Laboratorium Opleiding en lerarenopleiding vijf jaar later terug was op mijn oude middelbare school, aangenomen als docent natuur-scheikunde, was meester Jan net het jaar daarvoor gestopt met zijn baan om ergens anders te gaan werken. Vastberaden nam ik me voor om ‘het anders te gaan doen’. Ik zou mijn leerlingen nooit een haar krenken!

Gesteund door de overtuiging ‘dat ik eerst ook mijn toetsen bagger maakte maar later met een 9,2 mijn eindexamen afsloot’ omarmde ik de eerste theorieën over de verschillen tussen het jongens- en meisjesbrein. Herhaaldelijk vertelde ik in mijn lessen ‘ook al lukt het je nu nog niet, wellicht dat als je wiskundeknobbel zich aan het ontwikkelen gaat, dat het je wel lukt’. Gooi het kind dus niet met het badwater weg en kies gerust voor een bèta-studie als je dat leuk lijkt, ook al ‘ben je nog niet zo goed’.

Jaren later, toen deze hersentheorie inmiddels al weer deels achterhaald was kwam ik erachter dat ik hoogbegaafd was. En ik het beste top-down kon leren. Bloemkolen verstand had ik dus zeker niet, maar mijn op-later-moment-ontluikend-natuurkundig-inzicht had ook niets te maken met een nog-niet-ontwikkelde wiskundeknobbel.

Ik had gehoopt met mijn uitspraken de meiden in mijn klas te ondersteunen. Of het dat gedaan heeft weet ik niet. Ik kan alleen maar hopen dat mijn aanpak hetzelfde heeft opgeleverd als de uitspraken van meester Jan uiteindelijk voor mij hebben betekend. Want er zijn maar weinig docenten die je niet enkel je diploma meegeven maar ook nog eens een leven lang aan doorzettingsvermogen… en trots!

Niet …. voor de ander

Mijn auto is in elkaar gereden. Het gebeurde afgelopen maandag. Ik was binnen (in de keuken) en hoorde erg veel herrie. Snel liep ik naar de trap en riep naar boven of alles goed was. Ik kreeg een wat vreemde reactie. Hoezo wisten zij niet waar ik het over had? Die herrie was toch daarvandaan gekomen? Tot 5 minuten later de deurbel ging en de overbuurman op de stoep stond….

Vier auto’s waren er in totaal bij betrokken. Naast die van mij ook degene van twee buren en natuurlijk de auto van degene die het ongeluk veroorzaakt had. Ik was en bleef rustig. Nam de schade op, bedacht me ‘dat het maar spullen waren’ en dat het wel goed zou komen. In de dagen erna bleef dit gevoel hoewel het me uren kostte om alles geregeld te krijgen.

Mijn gedachten gingen echter uit naar degene die dit veroorzaakt had. Met als hoogtepunt het moment dat ik mocht gaan vragen of ze de papieren voor de verzekering wilde ondertekenen. Want tsja, het zou je niet in de koude kleren gaan zitten… 3 auto’s beschadigd, 3 gezinnen die ‘iets’ van je vinden en waarschijnlijk niet het meest positieve…

Zou ze het wel op prijs stellen als ik ineens op de stoep sta? Overval ik haar er dan niet mee? Als ik SMS, komt dat niet erg afwijzend over? Ik merkte dat ik in gedachten erg bezig was met haar gevoel. Met hoe zij mijn acties zou interpreteren. En daarmee maakte ik het mezelf vooral ook erg lastig!

Ik heb dus de situatie omgedraaid en ben gaan bedenken wat ik het liefste wilde. Door bij mezelf te blijven kreeg ik ruimte om gewoon te doen wat er gedaan moest worden. Ineens was mijn uitstelgedrag voorbij en kwam ik in actie. En daardoor kreeg zij ook de mogelijkheid om zichzelf te zijn en vanuit zichzelf te reageren op mijn voorstel. Door bij mezelf te blijven en in actie te komen voelde het alsof er een last van mijn schouders viel.