Tag Archives formoed

Kwetsbaarheid: geboorteplaats van moed en compassie!

Willen we moed en compassie terugwinnen in onze gezinnen, scholen en organisaties, dan dienen we op een andere manier te gaan denken over kwetsbaarheid en onvolmaaktheid’. In mijn bijdrage aan ‘Het Kind’ zet ik de universele zoektocht naar verbinding centraal en bespreek ik vanuit dat perspectief onze ‘strijd’ tegen pestgedrag. Hebben we de moed om de volwassenen te zijn die onze kinderen nodig hebben?’

Ik weet nog dat ik ‘trillend van verwachting’ voor de televisie zat bij de allereerste Big Brother aflevering. Ik had me al weken, zo niet maanden verheugd op een programma dat inzicht zou geven in de menselijke psyche. Een programma, zo had ik me bedacht, dat liet zien waarom mensen doen wat ze doen: wanneer ze kiezen voor zelfbehoud of juist voor persoonlijke groei.

De werkelijkheid bleek anders
Zowel in dit programma als de vele ‘reality-programma’s’ die volgden, werden de dagelijkse keuzes in scène gezet en werd er niet gestimuleerd om compassie te tonen, maar juist om grove dingen te zeggen en te doen. Uitsluiting, vernedering, roddelen, en scheldpartijen – blijkbaar kunnen we er niet genoeg krijgen!

We proberen onze eigen ellende te verlichten door anderen te vernederen of hiernaar te kijken. Het is gewoon makkelijker om het gebeuren op tv te bekijken, dan het is om eerlijke gesprekken te voeren over onze worstelingen met waardigheid en erbij willen horen. Alleen degenen die dicht bij ons staan, kennen onze pijnlijkste momenten.

In onze cultuur is kwetsbaarheid een synoniem voor zwakte. In plaats van te erkennen dat we allemaal kwetsbaar en onvolmaakt zijn en hier openlijk over te praten met elkaar, kiezen we vaak voor het tegenovergestelde.

Probleemgedrag in de klas
Als hetzelfde gedrag niet op TV verschijnt, maar zichtbaar is in de klas, dan kijken we er ineens op een hele andere manier tegenaan. Hoeveel ophef maken we als leerlingen elkaar pesten? Hoe weinig hebben we door dat we onszelf omringen met hetzelfde gedrag? Opvoeden doe je door het voor te leven; door te doen in plaats van te zeggen. En op het gebied van pesten, doen we dus blijkbaar met z’n allen massaal het tegenovergestelde!

Ik heb me de afgelopen tien jaar beziggehouden met het bestuderen van probleemgedrag en gemerkt dat dit zonder uitzondering te maken heeft met een oordeel op kwetsbaarheid, met schaamte en het gebrek aan authenticiteit en verbondenheid. Ik heb gewerkt met jongeren die trauma’s hebben opgelopen of die thuis nooit veiligheid hebben ervaren, Ik heb volwassenen gecoacht die waren vastgelopen in hun werk of zich na jaren ploeteren nog altijd niet gezien voelden. Al deze mensen waren op zoek naar hetzelfde: acceptatie en erkenning!

Zoektocht naar verbinding
Bij onze menselijke cultuur hoort de zoektocht naar verbinding. De wens geaccepteerd te worden is zo allesomvattend, dat het in alles wat we doen terugkomt. En juist het feit dat we op tv en op vele andere plekken de verschillen uitvergroten, dat we mensen openlijk afkraken en vernederen….. dat maakt dat pesten niet meer dan een logische uitkomst is in een cultuur die ons vertelt dat ‘onkwetsbaarheid’ en ‘perfectie’ voorwaarden zijn om ‘erbij te horen’.

Maar willen we moed en compassie terugwinnen in onze gezinnen, scholen en organisaties, dan mogen we op een andere manier gaan denken over kwetsbaarheid en onvolmaaktheid. Juist door het delen en praten over onze onvolmaaktheden, ontstaat er verbinding met anderen. Je krijgt een band, wordt een groep, gaat elkaar helpen en ondersteunen.

Onze onvolkomenheden zijn niet onze gebreken; ze zijn wat ons verbindt met elkaar en met onze menselijkheid. Kwetsbaarheid kan de kern zijn van angst en onzekerheid, maar het is ook de geboorteplaats van moed en compassie! Het is precies datgene wat we nodig hebben om ons te helpen niet langer uit te halen naar anderen en onze interactie te starten vanuit een gevoel van empathie en vriendelijkheid.

Heb jij de moed om verandering te brengen?
Of je nu een angstige puber bent die de weg probeert te vinden in een gang vol bovenbouwers,  een ontslagen werknemer die op zoek is naar een hypotheek, of een jonge moeder die wacht op de uitslag van een mammogram; het gevoel dat ze hebben is vergelijkbaar. Ze voelen zich kwetsbaar, onvolmaakt en angstig. Wij kunnen ervoor kiezen om ons de hele dag af te reageren op anderen. Of we kiezen voor het tedere en kwetsbare gevoel dat ons allemaal onlosmakelijk met elkaar verbind. We zijn allemaal verantwoordelijk voor onze eigen dagelijkse gedragingen. Ook jij!

Het antwoord op het pestprobleem begint met de vraag:
Hebben we de moed om de volwassenen en de leraren te zijn die onze kinderen nodig hebben?

 

 

 

Innovatie en verandering

Een maandje terug las ik in een blog een oproep tot veranderingen in het onderwijs. Ik reageerde direct, maar stelde mezelf ook een fundamentele vraag: Veranderen, hoe doe je dat, waar begint dat?  Mijn conclusie: Onderwijsinnovatie start, wanneer jij het lef hebt om ermee te beginnen. Met andere woorden, pak de verantwoordelijkheid: begin klein, leef voor, stel je open en kwetsbaar op en geniet van wat er dan gebeurt. En dat geldt overigens niet enkel en alleen in het onderwijs…

Verandering, zo dacht ik voorheen, daarvoor ben je toch afhankelijk van anderen? Gaan daar niet bazen en leidinggevenden over? Ghandi vertelde al dat we de verandering dienen te zijn, die we willen zien in de wereld. Be the change you want to see in the world.  Wil je dat er meer gelachen wordt om je heen, schenk dan iedereen die je tegenkomt een glimlach. Dit principe kent iedereen. Hoe komt het dan toch dat we het zo lastig kunnen toepassen in ons onderwijs?

Het is tijd dat we niet langer afwachten, maar zelf in actie komen! Hoe?
Door niet te kijken naar het einddoel (de verandering die je wilt zien op grote schaal), maar je te richten op de manier waarop je elke dag jouw taken uitvoert, kan je nu al veel plezier halen uit je werk. Je keert terug naar je talent, passie, inspiratie en ideeën. Je bent nieuwsgierig en verbind je hart met het werk wat je doet. Door elke dag te laten zien waar je in gelooft en voor staat, ben je in staat om de (kleine) successen die je daarmee op doet te delen met anderen.

Wat vind jij dat je de afgelopen jaren goed heb gedaan?
Wat vind je succesvol in de klas of school?
Wat heeft bijgedragen aan dit succes?

 

Om je innerlijke motivatie vast te houden is het van belang je successen te vieren. En dat is fantastisch om samen met anderen te delen. Door jouw collega’s te vertellen over de voordelen en de goede ontwikkelingen die je ziet, kun je hen enthousiasmeren. Door dit te delen via een personeelsblad of een blog kun je zelfs nog meer mensen bereiken.

Laat jezelf zien!
Laat in je gedrag zien dat je anderen wilt inspireren, dat je hunkert naar een doel, dat je een diep verlangen hebt om te creëren en bij te dragen. Je zoekt naar aansluiting, vind degenen in jouw organisatie die dezelfde drive hebben. En bovenal: je bent jezelf, laat jezelf zien en toont de wereld jouw sterke kanten!

Het nemen van verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat jij je betrokken gaat voelen op je werk. Je bent een onderdeel van het totale proces, van het geheel en ook van eventuele toekomstige veranderingen. Je gaat er toe doen, hoe klein je rol ook is. Ook jij bent van belang in het tot stand brengen van het eindresultaat. Je laat zien dat je bereid bent risico’s te nemen, jouw kwetsbaarheid te omarmen en moedig durf te zijn. Je werkt vanuit waardigheid en omarmt je eigen onvolkomenheden. Je maakt fouten en leert deze verbeteren. En bovenal: je deelt dit proces met jouw collega’s en leerlingen waardoor zij de mogelijkheid krijgen om hun verantwoordelijkheid te nemen en je te helpen dan wel respect te tonen voor je eigenheid door er open over te praten.

Wat doe jij?
Heb jij de moed om jouw oorspronkelijke behoefte zichtbaar te maken? Durf je het te hebben over wat je wel wilt, in termen van waarden en verlangens? Durf jij uit te spreken wat normaal onuitgesproken blijft en je successen te delen? Onderneem jij actie in je eigen leven om op je eigen microniveau jouw droom te verwezenlijken? Wat is jouw droom voor beter onderwijs? En wat kun jij doen?

Onderwijsinnovatie start, wanneer jij het lef hebt om ermee te beginnen!

Beweging brengen in gedrag

Dit artikel is geschreven voor het blad ‘Bij de Les’ van de NVS-NVL. Het is gepubliceerd in september 2013.

Op school hebben we regels zodat iedereen weet waar hij of zij zich aan te houden heeft en ook om de veiligheid te garanderen. Maar wat nu als je een leerling in de klas hebt die deze regels keer op keer, bewust of onbewust, doorbreekt?

Als zorgcoördinator zag ik het gebeuren in school: docenten die ‘klaar’ zijn met een leerling. Die geen interventie mogelijkheden hebben, die niet weten hoe hen nog te bereiken. Ik ben positief verrast wanneer ik hen hoor vragen hoe ze toch weer in contact kunnen komen met deze leerling. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel gelegen is in deze vraag. De docent die zich echt verbindt met de leerling, begint zich bewust te worden van de eigen interactie met de leerling. Hij bemerkt daarbij welke emoties de leerling bij hem oproept, herkent en parkeert deze om zich vervolgens te richten op de leerling.

Denken, voelen en doen
Als docent is het belangrijk om in beeld te krijgen of het ongewenste gedrag een probleem is op het niveau van het denken, het voelen of het doen. Door het juiste niveau te erkennen kun je de leerling ondersteunen met passend leerkrachtgedrag.

Denken
Stel je een leerling voor die maar niet snapt dat zijn huiswerk niet afkomt. Er was afgelopen week telkens wel een goede reden te vinden aldus je leerling. Maar jij als docent weet dat het probleem al veel langer bestaat en weet dat de lestijd ook niet volledig benut wordt. Je voelt je daarom genoodzaakt in te grijpen. Er bestaat een kans dat hij te ver achter raakt met de lesstof of misschien wel blijft zitten. Jij ziet al een probleem dat je leerling nog niet erkent; deze vindt dat het wel meevalt en dat het vast wel goed komt. Door dan toch als docent telkens te wijzen op het gedrag dat je verandert wilt zien, kan een negatieve spiraal gaan ontstaan tussen jou en de leerling.
Het is belangrijk je in eerste instantie als docent zijnde af te vragen of de leerling wel weet dat hij of zij het (ongewenste) gedrag vertoont. Als je je er niet bewust van bent dan kun je ook niets veranderen. Dit lijkt zo’n evidente vraag maar in werkelijkheid zul je schrikken hoe vaak leerlingen het niet weten van zichzelf. Die reageren met ‘ja maar’ in plaats van het eigen gedrag te erkennen.
Als docent is het je taak om deze leerling op weg te helpen naar zelfbewustzijn. Het eerste doel is dat de leerling herkent wanneer het gedrag weer voorkomt of wanneer bepaalde gedachten opkomen. Een leerling die verbaast op zijn stoel zit, je aankijkt en zegt ‘verrek, ik deed het nu weer hè?’ terwijl je je irritatie al voelde opborrelen omdat hij weer zat te praten… Daar kan je toch alleen maar om lachen en hem complimenteren dat hij het goed gezien heeft? Deze benadering geeft zoveel lucht aan de leerling. Hij krijgt vertrouwen in zichzelf en met een kwinkslag draai je een situatie om.
Het tweede doel is dat de leerling zich bewust wordt van de problemen die dit oplevert voor hemzelf of anderen. Bij beide stappen is groei alleen mogelijk als je dit positief bekrachtigt als docent. Dus wees scheutig met je complimenten. Wat je tot slot kunt aanbieden is de leerling te leren om hulp te vragen. Door hulp te vragen komt de leerling sneller weer tot gewenst gedrag en als docent versterkt het je band met de leerling, wat je goed kunt gebruiken op het niveau van voelen.

Voelen
Op dit niveau kan het voorkomen dat een leerling al goed door heeft dat er iets gebeurt in het denken maar dat hij nog verstrikt raakt in zijn gevoelens. Deze leerling kan bijvoorbeeld goed vertellen dat hij er met zijn gedachten niet meer bij is of dat hij last heeft van een leerling of situatie. Maar tegelijkertijd is hij echter overgeleverd aan zijn impulsen en heeft onvoldoende mogelijkheden om zelf spanningen op te lossen. Ik denk bijvoorbeeld aan een leerling die het lastig vindt om een opdracht te maken omdat hij de opdracht niet begrijpt of niet met het benodigde computerprogramma om kan gaan. Als docent zie je dan dat de leerling iets niet inlevert of merkt dat de cijfers achterblijven. Maar je hebt wellicht onvoldoende door dat de leerling geen hulp heeft gevraagd bij oplopende spanning voor moeilijke schoolse taken. De oplossing op dit niveau is dat de leerling mag ontdekken dat het prettig is om met de docent in gesprek te zijn over gevoelens en gedachten, en merkt dat het hem helpt om tot een oplossing te komen. Als docent help je de leerling op dit niveau verder op weg naar zelfstandigheid en autonomie door het probleemoplossend vermogen te vergroten, impulscontrole te verbeteren en adequater met spanning om te leren gaan. In het lerarengedrag is het ontwikkelen van coregulatie bij de leerling het belangrijkste. Omdat de leerling het nog niet ‘vanuit zichzelf’ kan zal hij het doen ‘voor jou als docent’. Een goed contact is hiervoor dan ook onontbeerlijk.

– Doen
En dan kom je als docent tot slot te werken met de leerlingen op het derde niveau. Denk bijvoorbeeld aan een leerling die goed kan benoemen dat het gedrag van een medeleerling hem altijd kwaad maakt, maar die terug zal schelden in plaats van naar de docent toekomt om erover te praten. Deze leerling is niet altijd in verbinding met anderen en ontkoppelt in (voor hem) lastige situaties. Deze leerling mag bewuste relatiehantering gaan aanleren.
De leerling heeft dus wel door wát hem doet ontregelen, maar hij is nog afhankelijk van de steun van de docent. Deze leerling wil je dus zelfstandigheid aanleren. Het beste doe je dat in kleine stapjes. Knip het grote doel in kleine (deel)vaardigheden samen met de leerling. Door vervolgens de nadruk te leggen op wat er al goed gaat kan de leerling succeservaringen opdoen.
Als het eerste doel ‘in gang gezet is’ kunnen jullie vooruit gaan kijken en gaan nadenken over mogelijke oplossingen voor toekomstige situaties. Belangrijk om te weten is dat de leerling enkel zal ‘groeien’ als hij het zelf wil en dus is het belangrijk om het als docent direct te complimenteren als de leerling intrinsieke motivatie toont en actief meedenkt. Door de vele gesprekken en het goede contact met de docent gaat de leerling toenemend zelf vooruitblikken en gedragsalternatieven kiezen.

Aan de slag gaan
Deze drie niveau’s, afgeleid van de theorie van Hedy van Loon, zijn oplopend. Het is dus niet mogelijk om een probleem aan te pakken op het niveau ‘doen’ terwijl er eigenlijk nog een probleem is in het denken of voelen. In dat geval zal de leerling zich verzetten of het nut van verandering niet inzien. Elke volgend niveau vooronderstelt op zijn minst de beheersing van een belangrijk deel van de voorgaande.
Het belangrijk dat je als docent snapt dat het gedrag niet direct weg is. Om dit namelijk te kunnen veranderen moet de leerling zich bewust zijn van de eigen gedachten, zijn gevoelens kunnen beheersen en bewust kiezen het juist te doen in een gegeven situatie. Daarvoor is een heel proces nodig, waarin docent en leerling samen kunnen optrekken en gezamenlijk kunnen groeien.

Een andere manier van kijken
Het maken van de omslag van handelingsverlegenheid naar handelingsbekwaamheid is geen eenvoudige opgave voor een docent. Het vraagt als eerste een andere manier van kijken naar de leerling. Om de benodigde visie en vaardigheden te krijgen is de inzet van het zorgteam maar met name ook je eigen team erg belangrijk. Door input van je collega’s kan ontdekt worden op welk niveau het probleem van de leerling ontstaat en kan de leraar handelingsadviezen krijgen om met de leerling te werken. Maar dan, bij het opstellen van het handelingsplan, begint het proces pas. De docent gaat namelijk samen met de leerling een proces in. Dat vraagt mogelijk veel van deze docent, omdat het proces eerder met deze leerling is vastgelopen. Steun van het team en het gezamenlijk vieren van successen zijn bijna voorwaardelijk voor het slagen van de interventies.